Beschrijving
Wilt u kabels en leidingen aanleggen, hebben, houden en onderhouden binnen de kern- en beschermingszones van waterkeringen en wateren? Dan heeft u toestemming nodig van het waterschap.
Voor werkzaamheden in de buurt van dijken en sloten heeft Waterschap Rivierenland regels. Deze regels zijn in de zogenaamde Keur van het waterschap uitgewerkt. De Keur geeft het waterschap de grondslag voor het stellen van eisen in de buurt van sloten en dijken.
Voor werkzaamheden bij dijken en sloten is een watervergunning van het waterschap nodig. Voor sommige veel voorkomende werkzaamheden is echter een schriftelijke melding voldoende. Het waterschap heeft hiervoor zogenaamde algemene regels opgesteld.
Kosten
Er worden voor een melding geen kosten in rekening gebracht. Aan het in behandeling nemen van een watervergunning zijn kosten (leges) verbonden.
Voorwaarden
Voor het leggen, hebben, onderhouden en vervangen van kabels en/of leidingen en bijbehorende ondergrondse werken binnen de kern- en beschermingszone van A-, B- en C-wateren, primaire en regionale waterkeringen in het beheersgebied van Waterschap Rivierenland, is geen vergunning van het verbod van artikel 3.1 van de Keur Waterschap Rivierenland 2009 nodig als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
algemene voorwaarden
- minimaal twee weken voor aanvang moeten de werkzaamheden met een daarvoor bestemd meldingsformulier ter goedkeuring aan het college van dijkgraaf en heemraden te worden gemeld. Dit formulier kan worden gedownload via de website (http://www.wsrl.nl/) of aangevraagd bij de afdeling vergunningen (0344 - 64 94 94);
- bij het meldingsformulier moet een duidelijke situatietekening van de uit te voeren werkzaamheden worden gevoegd, waarop is aangegeven:
- de exacte locatie (plaatsaanduiding) waar de kabels en/of leidingen zullen worden gelegd of verwijderd (indien mogelijk met straatnamen en huisnummers) voor het bepalen van de locatie is voorwaarde 46 van belang;
- soort kabel of leiding;
- materiaalkeuze en toe te passen bijbehorende (ondergrondse) voorzieningen;
- de diepteligging en de exacte locatie;
- legenda;
- het waterschap toetst de melding aan de algemene regel en reageert binnen twee weken met een toestemmingsbrief als de melding akkoord is;
- de werken mogen pas worden uitgevoerd zodra er een schriftelijke akkoordverklaring van het college van dijkgraaf en heemraden is verkregen;
- de aanvang en voltooiing van de werkzaamheden dienen telefonisch te worden gemeld bij de toezichthouder van het waterschap;
- het tijdstip waarop met de uitvoering van de toegestane werkzaamheden mag worden begonnen, wordt vastgesteld in overleg met de toezichthouder van Waterschap Rivierenland;
- de werken dienen conform de tekening(en) bij de akkoordverklaring en de voorwaarden in deze algemene regel te worden uitgevoerd;
- tijdens de uitvoering van de werken dient een afschrift van de akkoordverklaring met gewaarmerkte tekening(en) ter plaatse aanwezig te zijn. De melder moet ervoor zorgen dat de aannemer/uitvoerder van de werken op de hoogte is van de voorwaarden van deze algemene regel;
- de kabel en/of leidingwerkzaamheden waarvoor een akkoordverklaring is verstrekt, moeten zonder onderbreking worden uitgevoerd, waarbij alle aanwijzingen door of namens het waterschap, onmiddellijk moeten worden opgevolgd;
- spoedreparaties aan een kabel en/of leiding als gevolg van een calamiteit dienen direct te worden gemeld bij de toezichthouder en achteraf schriftelijk te worden gemeld;
- na het gereedkomen van de werken waarvoor een akkoordverklaring is verstrekt, dienen de werken onderworpen te worden aan een laatste controle door het waterschap;
- de melder is verplicht de redelijkerwijs mogelijke maatregelen te nemen, om schade aan eigendommen van het waterschap en/of derden, als gevolg van de uit te voeren werkzaamheden te voorkomen;
- afsluiters, pomp- of inspectieputten en dergelijke in de berm moeten duidelijk aangegeven worden met een tegelverharding rondom de ondergrondse constructie. De juiste hoogteligging ten opzichte van het maaiveld moet worden onderhouden, om maaischade te voorkomen;
- voordat met de werkzaamheden wordt begonnen, moet toestemming van de eigenaar van de grond zijn verkregen;
- grond, die als gevolg van de uitvoering van de werkzaamheden is of wordt verontreinigd, moet op kosten van de melder worden verwijderd en afgevoerd;
- na voltooiing van de uitvoering van de werkzaamheden moet de melder ervoor zorgdragen dat alle achtergebleven materialen, gereedschappen, werktuigen en/of tijdelijke voorzieningen worden verwijderd. Bij nalatigheid zal het op last van het college van dijkgraaf en heemraden gebeuren op kosten van de melder of van diens rechtverkrijgenden;
- de melder is te allen tijde aansprakelijk voor optredende gebreken (zoals beschadigingen, deformaties, verzandingen enz.) aan de waterstaatswerken inclusief kunstwerken ontstaan door de toegestane werkzaamheden en/of objecten. Deze moeten op eerste aanmaning en tot genoegen van het college van dijkgraaf en heemraden op kosten van de melder worden hersteld, waarbij het college nadere eisen kan stellen aan de wijze van uitvoering;
- als uitvoeringseisen, die worden gesteld in vergunningen van andere overheden, in strijd zijn met de in deze algemene regel opgenomen voorwaarden, moett de melder ervoor zorg te dragen dat er overleg tussen de diverse partijen zal plaatsvinden om overeenstemming te bereiken over de wijze waarop de werkzaamheden alsnog kunnen worden uitgevoerd. Zonder overeenstemming mogen de akkoord bevonden werkzaamheden niet worden uitgevoerd;
- een akkoordverklaring komt te vervallen zonder dat intrekking heeft plaatsgevonden indien niet binnen één jaar na dagtekening van de akkoordverklaring met de werkzaamheden is gestart;
Wateren
- de ontgraving, persing/boring en/of aanvulling van een sleuf in de beschermingszone van een water moet zodanig uitgevoerd worden dat de stabiliteit van taluds niet nadelig wordt beïnvloed;
- de afstand tussen de insteek van het water en de ontgraving moet zo groot mogelijk worden gehouden, maar minimaal 1 meter te bedragen;
- als de minimale afstand van 1 meter tussen de insteek van het water en de ontgraving niet kan worden gehaald en het talud van het water binnen één jaar na uitvoering van de werkzaamheden is komen te verzakken, dan moeten ter plekke oeverherstelwerkzaamheden (in overleg met de toezichthouder) worden uitgevoerd;
- binnen de kernzone mogen kabels en/of leidingen niet in de in de lengterichting van het water worden gelegd;
- een te graven sleuf ten behoeve van een parallel aan het water te leggen kabel en/of leiding mag niet breder dan 0,50 meter en niet dieper worden dan 1,00 meter;
- teelaarde, klei en zand moeten elk gescheiden van overige grondsoorten worden ontgraven en opgeslagen;
- na het leggen van de kabel en/of leiding moet de sleuf weer worden gevuld met de weggenomen grond, die vast moet worden aangestampt in lagen, elk ten hoogste 0,20 meter dik en afgedekt overeenkomstig de ter plaatse bestaande bezoding;
- op de aanvulling van de sleuf in de kernzone van het water is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Dat betekent dat de aanvulling van de sleuf met schone grond dient te worden uitgevoerd;
- bij het kruisen van een water door middel van een ontgraving/zinker of een persing/boring moet de kabel en/of leiding een gronddekking hebben van minimaal 1,00 meter onder het gehele leggerprofiel (bij het ontbreken van een leggerprofiel dienen de vaste bodem en taluds van het water als uitgangspunt te worden gehanteerd);
- bij het kruisen van een door het waterschap aangewezen vaarweg voor scheepvaart door middel van een boring of persing moet de kabel en/of leiding een gronddekking hebben van minimaal 2,00 meter onder het gehele leggerprofiel (bij het ontbreken van een leggerprofiel dienen de vaste bodem en taluds van het water als uitgangspunt te worden gehanteerd);
- waar de kabel en/of leiding door middel van open ontgraving onder het water wordt gelegd, moeten de taluds, in overleg met en met goedkeuring van de toezichthouder, tegen inzakking worden beschermd, één en ander conform principetekening nummer 3 van het waterschap. Vergraven taluds moeten met stapelzoden worden opgezet en worden voorzien van een azobébetuining met onbehandelde perkoenpalen. De betuining moet aan weerszijden van de vergraving een lengte hebben van minimaal 3 meter;
- in veengebieden moeten kabels en/of leidingen die een water kruisen worden gelegd door middel van een persing of boring;
- een kabel en/of leiding mag alleen over een kunstwerk worden gelegd als kan worden aangetoond dat er al andere kabels en/of leidingen over het kunstwerk liggen;
- als de kabel en/of leiding over een aanwezig kunstwerk wordt gelegd, mag het kunstwerk bij de werkzaamheden niet worden beschadigd en moet de kabel en/of leiding minimaal 10 centimeter boven de bovenkant van het kunstwerk worden gelegd;
- bestaande kabels en/of leidingen die uit gebruik worden of zijn genomen, moeten volledig worden verwijderd en worden afgevoerd uit de keurzone van het water, tenzij in overleg en met goedkeuring van de toezichthouder anders wordt overeengekomen;
- de aan- en afvoer van water moet door het treffen van voldoende voorzieningen te allen tijde te worden gegarandeerd. Overleg over de aard van de voorziening moet plaatsvinden met de toezichthouder van het waterschap. Door hem gegeven aanwijzingen dienen onmiddellijk te worden opgevolgd;
- de taluds en waterbodem moeten onder strak profiel worden afgewerkt, zodanig dat de waterdoorvoer niet wordt gestremd;
- materialen, grond, bagger en dergelijke die als gevolg van de werkzaamheden in het betrokken water zijn geraakt, moeten direct en volledig uit het water worden verwijderd;
- eventueel aan te brengen markeringspalen moeten op 0,50 meter uit de insteek van het water worden geplaatst en mogen niet hoger dan 1,00 meter zijn;
- revisiegegevens omtrent de exacte ligging, het materiaal en de maatvoering van het werk moeten binnen acht weken nadat het werk is uitgevoerd worden opgestuurd naar het waterschap. De gegevens moeten zowel analoog als digitaal worden aangeleverd. Hierbij moet het kenmerk van de brief waarin de melding akkoord is verklaard, worden vermeld. De manier waarop de digitale gegevens moeten worden aangeleverd, is te lezen op de website van het waterschap (www.wsrl.nl) of op te vragen bij het team Geodata en Monitoring van het waterschap;
Waterkeringen
Wanneer mogen werken worden uitgevoerd?
- de te verrichten werkzaamheden hebben betrekking op netwerkuitbreidingen, netwerkonderhoud en/of huisaansluitingen;
- het streven is om kabels en leidingen buiten de keurzone van de waterkering te leggen. Daarom moeten kabels en leidingen met de volgende prioritering gelegd worden:
- buiten de kern- en beschermingszone van de waterkering;
- als de aanvrager aantoont dat dit niet mogelijk is, in de beschermingszone;
- als ook dat niet mogelijk is, kan de kabel of leiding toch in de kernzone gelegd worden. De noodzaak hiervoor moet aangetoond worden;
- de motivering voor de punten 2 en 3 moet bij de melding worden aangeleverd.Hierbij moet rekening gehouden worden met hetzwaarwegende belang van de waterkering;
- te leggen kabels en/of leidingen in de kernzone op de kruin van de waterkering moeten langs de binnenkruin van de waterkering worden gelegd. In geen geval mogen de kabels/leiding in het dijktalud of binnen 4 meter van de teen van de dijk gelegd worden;
- als de gelegenheid zich voordoet, moeten de kabels en leidingen verlegd worden naar een tracé buiten de kern- en beschermingszone. Leidingen die voor 1972 zijn aangelegd dienen in ieder geval te worden vervangen;
- een nieuwe kabel en/of leiding moet, als deze niet verlegd kan worden, zoveel mogelijk in de sleuf van de oude kabel en/of leiding worden gelegd;
- bestaande kabels en/of leidingen in de kern- en beschermingszone van een waterkering die worden vervangen of komen te vervallen, moeten met bijbehorende voorzieningen volledig worden verwijderd en afgevoerd;
- de juiste ligging van bestaande kabels en/of leidingen, die beïnvloed kunnen worden door de uit te voeren werkzaamheden en gelegen zijn binnen de kern- en beschermingszone van de waterkering, moet door middel van met de hand gegraven proefsleuven worden vastgesteld;
Welke materialen mogen worden gebruikt?
- bij de voorbereiding, uitvoering en afwerking van aan te brengen werken moeten de voorschriften en richtlijnen zoals omschreven in de laatste en vastgestelde versie van de NEN 3650-serie worden toegepast;
- een drukleiding moet conform de bepalingen van de NEN 3650-serie op dichtheid en sterkte worden beproefd. Op eerste aanmaning van het waterschap moet de melder de meetgegevens aanleveren bij de toezichthouder;
- leidingen hebben een maximale diameter van 110 mm en/of een maximale druk van 3,5 bar;
- leidingen moeten worden uitgevoerd in HDPE (PE80/100) SDR11;
- toe te passen HDPE-leidingen moeten door middel van spiegellassen of electrolasmoffen worden gekoppeld (flensstukken, huisaansluitingsmoffen en andere appendages). Bij verruimen van de diameter moeten verlooplasmoffen worden toegepast;
- kabels en/of leidingen binnen de kern- en/of beschermingszone van een waterkering mogen alleen door middel van een open ontgraving worden aangelegd;
- als kabels en/of leidingen een waterkering kruisen moet dit gebeuren door middel van een open ontgraving. Boringen, persingen en geslagen leidingen/buizen zijn niet toegestaan;
- ter plaatse van op- en afritten met bestrating mag buiten het leggerprofiel en parallel aan de waterkering door middel van een persing een mantelbuis onder het wegdek van de op- en afrit worden aangebracht;
- kabels en/of leidingen moeten een waterkering haaks kruisen;
- het kruisen van waterkerende constructies (vb. damwanden, coupures) is niet toegestaan;
- als een kabel en/of leiding een waterkering kruist, moet ter plaatse van de buitenkruinlijn een kwelscherm worden aagebracht met een minimale afmeting van 1 meter rondom buiten de kabel- en/of leidingdiameter;
- het ontwerp van een kwelscherm moet voldoen aan één van de principetekeningen (Kwelscherm type I, II, III);
- als de kabel en/of leiding geheel of gedeeltelijk de waterkering kruist, moet deze binnen de kern- en beschermingszone van de waterkering uit één stuk bestaan;
- een drukleiding met een diameter van 110 mm die de waterkering kruist moet door middel van afsluiters drukloos kunnen worden gemaakt. Deze afsluiters moeten te allen tijde bereikbaar en bedienbaar zijn;
- afsluiters die om andere redenen al onderdeel uitmaken van het leidingontwerp kunnen worden aangemerkt als afsluiters voor de waterkering mits deze voldoen aan de voorgaande voorwaarden. Bij aanwezigheid van bestaande afsluiters moet in overleg met de toezichthouder worden bepaald of deze kunnen volstaan of dat extra afsluiters moeten worden geplaatst;
- een eventueel te plaatsen afsluiter moet conform de NEN 3650-bepalingen aan de leiding worden verbonden;
- leidingen die worden voorzien van glasvezel moeten na het inbrengen van de glasvezelkabel worden afgesloten met 20-30 cm flexibel synthetisch rubber.
Welke eisen worden aan de sleuf gesteld?
- een te graven sleuf mag niet dieper en breder worden uitgegraven dan strikt noodzakelijk is, met een maximum van 0,80 meter diep en 0,50 meter breed;
- ontgravingen moeten laagsgewijs plaatsvinden, waarbij verschillende grondsoorten gescheiden moeten worden;
- de gehele kabel en/of leiding moet op ongeroerde grond rusten. Om dit te bereiken moeten bij machinale ontgraving de laatste 10 cm met handkracht worden ontgraven;
- de oorspronkelijke afdekking, bezoding, taludverdediging, wegverharding en dergelijke moet op de gedichte sleuf te worden aangebracht;
- zowel voor het einde van de dagelijkse werktijd als na de voltooiing van het werk moet de sleuf worden gedicht met de uitkomende grond;
- alle ontgravingen moeten worden gedicht met de uitkomende grond, zo nodig aangevuld met gelijkwaardige grond, die in lagen van maximaal 0,20 meter mechanisch vast moet worden aangestampt. De grond moet ter plaatse zoveel mogelijk dezelfde samensteling, opbouw en draagkracht verkrijgen als voor aanvang van het graafwerk het geval was;
Algemene opmerkingen
- het is niet toegestaan het talud van de waterkering te gebruiken als opslagplaats voor materialen en/of materieel;
- het is niet toegestaan aan kabels en/of leidingen gerelateerde bovengrondse objecten (vb. schakelkasten, transformatorhuisjes) binnen de kern- en beschermingszone van de waterkering te plaatsen;
- afsluiters moeten jaarlijks door de melder op de goede werking worden gecontroleerd. Het college kan een schouw uitvoeren op de werking;
- als de gelegenheid zich voordoet, moeten de kabels en leidingen verlegd worden naar een tracé buiten de kern- en beschermingszone;
- leidingen van vóór 1972 moeten te allen tijde worden vervangen
Bijzonderheden
Kader
Op grond van artikel 3.1 eerste lid onder b van de Keur Waterschap Rivierenland 2009 is het verboden om zonder vergunning van het bestuur gebruik te maken van de kern- en beschermingszones van een waterstaatswerk door, anders dan in overeenstemming met de functie, daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder werken of (opgaande hout)beplantingen aan te brengen, of te hebben, dan wel aanwezige werken te slopen of te verwijderen en (hout)beplantingen te verwijderen.
Hieronder wordt ook verstaan het aanleggen, hebben, houden en onderhouden van kabels en leidingen binnen de kern- en beschermingszone van wateren en waterkeringen.
Toelichting van de algemene regel
Aan de uitvoering van de werkzaamheden in deze beheersobjecten kunnen risico's zijn verbonden, welke in het algemeen goed kunnen worden afgewogen in het kader van beoordeling van vergunningsaanvragen. Met het vaststellen van een algemene regel, waarmee een vrijstelling van de vergunningsplicht wordt bereikt, moet er vooral zekerheid bestaan over de omvang van die risico's.
De werkzaamheden in de bovenvermelde beheersobjecten worden veelal uitgevoerd door of namens nutsbedrijven die voorzieningen van algemeen nut en in het algemeen belang aanleggen. In dit verband wordt onder voorzieningen van algemeen nut verstaan, gas-, water-, electriciteits- en telecommunicatievoorzieningen. Door deze bedrijven worden in het beheersgebied van Waterschap Rivierenland jaarlijks honderden werken uitgevoerd. Omdat het om vele aanvragen met betrekking tot soortgelijke werken gaat, leent deze activiteit zich voor een Algemene Regel.
Aan de in principe aanwezige risico's van het vergunningsvrij werken wordt voldoende tegemoet gekomen door onderstaande toetsingscriteria en voorwaarden.
wateren (inclusief vaarwegen)
Het te beschermen belang voor het waterschap bij het aanleggen, hebben, houden en onderhouden van kabels en leidingen binnen de kern- en beschermingszone van A-, B- en C-wateren betreft voornamelijk de stabiliteit van de oever van het betreffende water. Kabels en leidingen worden veelal geplaatst door middel van een open ontgraving en/of een gestuurde boring. Wanneer deze werkzaamheden te dicht op de insteek van het water worden uitgevoerd, kan dat een negatief effect hebben op de stabiliteit van de oever. Daarnaast moet worden voorkomen dat kabels en leidingen worden beschadigd bij onderhoudswerkzaamheden aan wateren en/of ten gevolge van scheepvaart op de als vaarweg aangewezen wateren.
waterkeringen
Het te beschermen belang voor het waterschap bij het aanleggen, hebben, houden en onderhouden van kabels en leidingen binnen de kern- en beschermingszone van waterkeringen is de stabiliteit van de waterkering. Indien wordt voldaan aan de onderstaande criteria en voorwaarden, hebben deze werkzaamheden een gering effect op de staat van een waterkering.
Aanpak
Voldoet u aan de voorwaarden?
Dan volstaat een melding bij het waterschap. Gebruik hiervoor het Meldingsformulier.
U moet uw werkzaamheden minimaal twee weken voor de start ervan melden bij het waterschap. Gebruik hiervoor het Meldingsformulier algemene regels Waterschap Rivierenland.
Om het formulier te openen, te lezen en te downloaden, heeft u de Acrobat Reader nodig.
Voldoet u niet aan de voorwaarden?
Vraag dan een watervergunning aan. Zie productWerkzaamheden in de buurt van water of dijk, watervergunning.
Omgevingsloket online
Vanaf 1 april 2012 kunt u uw aanvraag voor een watervergunning of melding ook indienen via het Omgevingsloket online (OlO). Wie twijfelt of een vergunning- of meldplicht van toepassing is, kan dit uitzoeken in de ‘vergunningcheck'. Is voor een activiteit zowel een omgevingsvergunning als een watervergunning nodig? Dan kan via het loket een ‘geïntegreerde' aanvraag worden ingediend.
Het waterschap denkt met u mee
Vaak is het verstandig uw aanvraag vooraf te overleggen met het waterschap; dat bevordert een vlotte afhandeling. In geval van twijfel: neem altijd contact op met het waterschap, (telefoon: 0344 - 649 494; email: cpv@wsrl.nl ). Medewerkers van het waterschap denken graag met u mee over wat in uw situatie de beste oplossing is.