
Dit is een tekstversie van de brochure Peilbesluit: beslissing op maat
Veilig leven in het rivierengebied, met droge voeten, voldoende schoon en mooi water. Dat is de verantwoordelijkheid van het waterschap. Een goed waterpeil in de sloten is daarbij belangrijk: er mag niet teveel, maar ook niet te weinig water in sloten staan. Hierover maakt het waterschap afspraken met de omgeving. In deze folder leest u wat hier allemaal bij komt kijken.
Water in de sloot lijkt vanzelfsprekend. Het zijn echter de honderden stuwen en gemalen van het waterschap die de hoogte van het water in de sloten regelen. Dat gebeurt niet zomaar. We delen het rivierengebied op in zogeheten peilgebieden. Het waterschap telt ruim duizend van deze peilgebieden, die geclusterd zijn in zogeheten peilbesluitgebieden. Voor elk peilbesluitgebied geldt dat het waterschap één keer in de tien jaar onderzoekt of de waterstanden in dat gebied nog voldoen aan de wensen en eisen van de omgeving. We willen per gebied immers rekening houden met actuele en toekomstige ontwikkelingen. De uitkomst van het onderzoek wordt vastgelegd in een peilbesluit. Een peilbesluit is een document waarin staat welk waterpeil een bepaald gebied voor de komende tien jaar heeft.
Hoewel een peilbesluit iets zegt over de hoogte van het zichtbare water in de sloot, gaat de invloed ervan veel verder. Zoals onderstaande tekening laat zien, heeft de waterstand in een sloot directe invloed op de hoogte van het grondwater van het aangrenzende perceel. De stand van het grondwater in een bodem is weer bepalend voor de mogelijkheden waarop dat perceel kan worden gebruikt. Een drassig gebied is lastig te bewerken, zowel met het oog op landbouw als bebouwing. In een gebied met een lage grondwaterstand zal natuur snel verdrogen. Bij het vaststellen van een peilbesluit is het bodemgebruik daarom zeer belangrijk.
Juist vanwege de vergaande invloed van een peilbesluit, is het vaststellen ervan complex. Is er natuur, landbouw, recreatie of staan er huizen? Ook waterkwaliteit, cultuurhistorie en archeologie spelen een rol. Soms staan de belangen haaks op elkaar. Planten en dieren in natuurgebieden zijn bijvoorbeeld gebaat bij een natuurlijk peilbeheer met een hoger peil in de winter dan in de zomer. Voor boeren ligt dat anders. De winter en het vroege voorjaar zijn momenten waarop zij hun land bewerken. Omdat dit het beste gaat op een wat droge grond, wensen zij in deze periode over het algemeen een lager waterpeil. In stedelijke gebieden willen we het hele jaar door voorkomen dat kelders vollopen of dat houten paalfunderingen droogvallen. Bij het vaststellen van een peilbesluit houden we zoveel mogelijk rekening met al deze belangen.
Het waterschap doorloopt een intensief traject om een peilbesluit vast te stellen. We gebruiken daarvoor de zogeheten GGOR-methode (Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime). Deze methode staat voor de volgende werkwijze: de huidige oppervlakte- en grondwatersituatie vergelijken we met de optimale situatie. Aan de hand van berekeningen kijken we vervolgens per gebruiksvorm wat de effecten van mogelijke waterpeilen zijn. Op basis hiervan zoeken we de meest gewenste situatie. Dat doen we niet alleen, maar samen met een klankbordgroep, waarin vertegenwoordigers van diverse belangenorganisaties zitten. Samen met hen bespreken we
de resultaten van de onderzoeken en gaan we na welke belangen en peilwensen er zijn.
Hoewel de bijeenkomsten met de klankbordgroep bij uitstek de plaats zijn om belangen kenbaar te maken, zijn bij het opstellen van een peilbesluit ook momenten waarop u als individu direct kunt reageren. We stellen namelijk eerst een ontwerp-peilbesluit op. Dit document presenteren we tijdens informatiebijeenkomsten in het gebied en ligt voor een periode van zes weken ter inzage. Wie hier op wil reageren, kan een zogeheten zienswijze indienen. Nadat deze zijn behandeld, stelt het algemeen bestuur van het waterschap het peilbesluit vast. Hebt u gereageerd op het ontwerp-peilbesluit, dan wordt u geïnformeerd over het genomen besluit en de wijze waarop uw zienswijze hierin is verwerkt. Het peilbesluit leggen we tot slot voor aan de Gedeputeerde Staten van de
provincie. Zij moeten het peilbesluit formeel goedkeuren. Tot zes weken na bekendmaking van het peilbesluit, is het mogelijk om bij de provincie beroep aan te tekenen tegen het besluit.
Wanneer een peilbesluit eenmaal is vastgesteld, zorgt het waterschap ervoor dat het waterpeil de afgesproken hoogte krijgt. Natuurlijk zijn er omstandigheden denkbaar waarin het waterpeil moeilijk te hanteren is, bijvoorbeeld bij extreme regenval.
De verplichting om het afgesproken waterpeil na te komen, geldt dan ook bij normale omstandigheden. Om zoveel mogelijk rekening te houden met seizoensgebonden weeromstandigheden, gelden er voor de zomer en de winter vaak verschillende peilen. Daarnaast zijn er gebieden waarin het waterpeil moeilijk te hanteren is, vanwege natuurlijke omstandigheden.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan gebieden die sterk onder invloed staan van de grote rivieren, zoals de Overbetuwe. In deze gebieden spreken we van streefpeilen. Dit betekent dat we met name in droge periodes het waterpeil minder op hoogte kunnen houden.
Bij het vaststellen van een peilbesluit wil het waterschap zo open mogelijk zijn. Het moet voor iedereen duidelijk zijn welke afwegingen er zijn gemaakt. Deze openheid houdt niet op wanneer een peilbesluit eenmaal is vastgesteld. We geven u tevens de mogelijkheid om mee te kijken naar hoe het waterschap de peilen hanteert. Op diverse plaatsen in het rivierengebied staan peilschalen waarop u het actuele waterpeil kunt aflezen. Ziet u verschillen of heeft u vragen over het actuele peil, neem dan gerust contact op met één van onze medewerkers.
Wilt u na het lezen van deze brochure meer weten over het werk van het waterschap of andere
(gratis) brochures bestellen? Kijk op de website of neem contact op met Waterschap Rivierenland, Postbus 599, 4000 AN Tiel, Telefoon: (0344) 64 90 90, e-mail: info@wsrl.nl.
februari 2008
© Waterschap Rivierenland - Proclaimer