Waterschap Rivierenland
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage > Ons Bestuur > Besluiten > Besluiten Algemeen Bestuur > Verslag Algemeen Bestuur 20 juni 2008

Verslag Algemeen Bestuur 20 juni 2008

Publicatiedatum : 24 oktober 2008

Deelnemers

G.N. Kok (voorzitter), H.C. Jongmans (secretaris-directeur), H. Kuiper, S.J. Poot, B. Baan, mw. M.A.H.W. Bles-van der Velden, F.W.M. van Brandenburg,  J.C. Buchner, mw. E.M.H.B. Daamen-van Wanroy, J.G.M. Driessen, mw. C.T.E.M. Haubrich, G.J.M. van Herwaarden, Th.B.M. Kerkhof,  P. Aanen,  A. Bassa , H.J. Beumer (tot 11.30 uur), R.G.C.M. Cruijssen, G.W.R. Gerrits, H.G. Gertsen, G.V. den Hartog, A.E. de Kok,  T. Kool,  M.P. Laeven,  G.E. Moret, G.J.A. Nieuwen-huis, A.J. Rijsdijk, mw. J.J. van Wichen-Reijnen, L.P.G. de Wildt, J. Bikker, W. de Gaaij, M.H.M. Gremmen, C.G.A. de Raad, B. Teunissen en A.J.H.M. van Veldhoven.

Afwezig met kennisgeving

E. van Lopik, F.C. Vorselman, J.H. Reijnen J.A.M. Janssen en mw. E.P.E. van Steenbrugge-Spiering.

Opgesteld door

C.D. van Bennekom, vergaderdatum 20 juni 2008

1. Opening

De voorzitter opent de vergadering en heet alle aanwezigen van harte welkom. Hij geeft aan dat het gebak het gevolg is van de Koninklijke Onderscheidingen die recent zijn verleend aan de heren De Gaaij en Moret. Beide heren ontvangen vervolgens een draagspeldje.

2. Trekking stemnummer

De voorzitter trekt stemnummer 10, zodat een eventuele stemming begint bij de heer De Wildt.

3. Vaststelling verslag vergadering d.d. 11 april 2008

Tekstueel:

  • Pagina 6 van 8, regel 1: geen=geeft.
  • Pagina 6 van 8, 11e regel van onder: Nederlandse Bank=Nederlandse Waterschaps
    Bank.
  • Pagina 7 van 8, 2e regel gaat om de Nederlandse Waterschaps Bank.

Met inachtneming van deze wijzigingen worden de notulen vervolgens overeenkomstig het ontwerp vastgesteld.

Naar aanleiding van

Pagina 8, regel 2: de heer Kuiper meldt de stand van zaken betreffende de verzending van de belastingaanslagen door BSR. Inmiddels is 87% van het begrote bedrag opgelegd. Een aantal objecten is, overigens om verschillende redenen, nog geblokkeerd.
De voorzitter meldt, mede naar aanleiding van hetgeen in de vorige vergadering als  toegevoegd agendapunt 14 a is besproken, dat de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van de NWB tot besluitvorming is gekomen over het beloningsbeleid voor de directie. De zittende directie zal beloond worden overeenkomstig zijn lopend contract. Voor de toekomst zal allereerst het algemene kader afgewacht worden en zal daarna beleid voor de NWB bepaald worden. Tevens geeft de voorzitter aan dat het dividend gelijk zal zijn aan het vorige jaar, terwijl het batig saldo iets lager uit is gekomen. Een studie naar een eventuele hogere dividenduitkering is inmiddels gestart.
Tenslotte deelt de voorzitter de personele samenstelling van het stembureau mede. Het stembureau bestaat uit mevrouw Bles en de heren Kuiper, Kok, Peterse en Van Iersel en tevens zijn er diverse plaatsvervangers.
De naar aanleiding van de notulen gemaakte opmerkingen worden voor kennisgeving aangenomen.

4. Mededelingen

De voorzitter deelt  mede dat bericht van verhindering is ontvangen van mw. E.P.E. van Steenbrugge-Spiering en van de heren E. van Lopik, F.C. Vorselman, J.H. Reijnen en J.A.M. Janssen.
Deze mondelinge mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

5. Besturings- en organisatiemodel Waterschap Rivierenland/Resultaat van een herijking

De voorzitter geeft een algemene inleidende toelichting. Hij gaat daarbij in op optimalisatie van processen, het maken van een efficiencyslag, de kwaliteit en de uitvoering. Belangrijk is geweest het clusteren van de capaciteit in relatie tot de optimalisatie van de processen. De taakafdelingen zijn helder neergezet, ook richting het bestuur. Ook de inhoud van de taakoverschrijdende en taakondersteunende afdelingen  is helder. Zoals bekend is er een apart projectbureau dijkverbetering. Inmiddels is de eindfase van de organisatiewijziging vrijwel bereikt. De invulling op detailniveau moet nu nog plaats gaan vinden. Belangrijk aandachtspunt is nog de herkenbaarheid van de organisatie als geheel en van de diverse onderdelen naar buiten toe. De leiding van de organisatie komt straks te liggen bij de DR, dat is de directieraad. Het onderwerp is uitvoerig aan de orde geweest in de commissie ABA. Voorts merkt spreker nog op dat de namen die tot nu toe gebruikt worden gezien moeten worden als werknamen, deze kunnen dus nog wijzigen. In algemene zin geeft hij tenslotte aan dat het nieuwe bestuur uiteraard een eigen visie kan hebben op de inrichting van de organisatie.

Mevrouw Haubrich complimenteert, namens de categorie gebouwd, het CDH en het ambtelijk apparaat  met het behaalde resultaat. Er ligt een op de klant gericht, ambitieus, voorstel voor. De wijze van totstandkoming is transparant. Dat mede door het rationaliseren van processen gekomen kan worden tot een formatiereductie van 32 fte wordt toegejuicht. Ze wenst het college heel veel succes met de verdere uitwerking. Van de verdere ontwikkelingen wordt de categorie gaarne op de hoogte gehouden. Een aandachtspunt is volgens haar wel het feit dat er vaak, vooral op ICT-gebied, onverwachte problemen kunnen opduiken.

Namens de categorie ongebouwd geeft de heer De Gaaij aan dat zijn categorie in feite hetzelfde oordeel heeft als de vorige spreekster. Hij sluit zich daar gaarne bij aan. Hij stemt in met het komen tot programmasturing en vindt met name de reductie van het aantal fte’s ambitieus.

De heer Nieuwenhuis spreekt namens de categorie ingezetenen zijn complimenten uit. Hij noemt daarbij ook nog het feit dat dit proces op eigen kracht, dus zonder (dure) externe adviesbureaus, tot stand is gekomen. Dat is vrij uniek bij een dergelijke grootschalige operatie. Hij vraagt nog wel aandacht voor een goede afstemming tussen “binnen” en “buiten” en vraagt om een zorgvuldig omgaan met de medewerkers. Wel ziet hij graag dat in de toekomst gewerkt gaat worden met prestatie-indicatoren.

De voorzitter bedankt de diverse sprekers voor de complimenten. Hetgeen thans voor ligt is een gevolg van de ambitie die ook het Algemeen Bestuur eerder heeft geformuleerd. Er is in die zin een impuls uitgegaan van het AB naar de organisatie. Dat is mooi dat die zo elkaar stimuleren. In het begin van het proces is overigens wel, zij het heel kortstondig, gebruik gemaakt van de deskundigheid van een extern bureau. Voor de risico’s in ICT verband is aandacht. Overigens geldt dat risico voor de gehele samenleving. De samenhang tussen wat kortweg “binnen”en “buiten” wordt genoemd heeft de aandacht van de leidinggevenden. Immers, de buitendienst is een belangrijk visitekaartje.

Desgevraagd reageert de secretraris-directeur nog kort. Hij bedankt voor de ontvangen steun. Aandachtspunt is nog wel de huidige arbeidsmarkt. Deze is kwetsbaar te noemen. Het is een uitdaging om mensen te binden en te (blijven) boeien. Het CDH heeft gekeken naar de top van de nieuwe organisatie en de laag daar direct onder. Nog niet alle haarvaten zijn onder de loupe gehouden. Dat proces loopt nu. Aangenomen mag worden dat in alle gevallen de juiste mensen op de juiste plaatsen komen.

De vergadering stemt vervolgens in met het voorstel.

6. Communicatie op maat. Het beleidsplan externe communicatie 2008-2011.

De voorzitter geeft een toelichting. Het voorstel is uitvoerig in de commissie ABA besproken. Dit stuk zal mede de basis vormen voor de activiteitenplannen, per jaar. De boodschappen voor de diverse doelgroepen zijn goed bekeken.
De heer Nieuwenhuis geeft, namens de categorie ingezetenen, aan in te stemmen met het stuk. Hij zegt dat in het kader van de te houden verkiezingen ook de nodige communicatieactiviteiten uitgevoerd kunnen worden. In het stuk mist hij de wegentaak.

De heer Poot geeft, namens de categorie bedrijfsgebouwd, aan dat de doelgroep overige bedrijven vaak van oordeel is dat de lasten hoog zijn. Aan hen zou duidelijk gemaakt moeten worden dat de oorzaak daarvan  voor een belangrijk deel elders ligt, bijvoorbeeld ten gevolge van de KRW.

Namens de categorie ongebouwd zegt de heer De Gaaij dat het een helder stuk is. In de commissie ABA is het onderwerp uitvoerig aan de orde geweest. Hij vraagt aandacht voor het verschil tussen “binnen”en “buiten”. Soms lijkt het erop dat men in verschillende werelden leeft. Dit komt naar zijn mening naar voren als een agrariër met één en dezelfde vraag de binnen- en de buitendienst benadert.

Bij interruptie vraagt de heer Buchner, richting de heer Poot, of het bedrijfsleven ook enig inzicht in de kosten zou willen geven, zoals hij zo-even aan het waterschap verzocht. De heer Poot wijst er op dat het waterschap een monopolypositie heeft, hetgeen toch iets anders is.

De voorzitter geeft aan dat de wegentaak aan het stuk toegevoegd zal worden. De vertaalslag van binnen naar buiten heeft de aandacht. Daartoe is er ook actieve communicatie. Over het algemeen verlopen de contacten ook goed. Dit probleem is niet helemaal weg te halen. Er zal ook zo nu en dan “nee” verkocht moeten worden. Aan het gevoel “ze doen maar in Tiel” moet zeker aandacht  besteed worden, maar dat gebeurt ook volop. 

De vergadering stemt in met het voorstel.

7. Aanvullende maatregelen in kader van landinrichting Groesbeek.

Na een korte toelichting door de heer Gremmen wordt ingestemd met het voorstel.

8. Vaststellen Waterplan Neder-Betuwe inclusief uitvoeringsprogramma 2008-  2012.

Na een korte toelichting door de heer Teunissen wordt ingestemd met het voorstel.

9. Vaststellen Waterplan Overbetuwe inclusief uitvoeringsprogramma.

Na een korte toelichting door de heer Teunissen wordt ingestemd met het voorstel.

10. Vaststellen Waterplan Beuningen inclusief uitvoeringsprogramma

Na een korte toelichting door de heer Gremmen wordt ingestemd met het voorstel. Gemeld wordt dat de gemeenteraad nog niet heeft ingestemd.

11. Reparatie inlaatgemaal Hedel

Na een korte toelichting door de heer Gremmen wordt ingestemd met het voorstel.

12. Bestuursovereenkomst Park Lingezegen

De heer Teunissen geeft een toelichting. Hetgeen thans ter tafel ligt heeft een voorbereidingstijd gekend van ongeveer 10 jaar. Er zijn nogal wat activiteiten opgenomen in deze voorstellen die anders door het waterschap ook uitgevoerd hadden moeten worden. De gemeente Nijmegen is, op dit moment, afgehaakt. Dat heeft voor het waterschap als partij in dezen geen gevolgen.
De heer Cruijssen vraagt of het feit dat de gemeente Nijmegen niet meedoet gevolgen heeft voor het waterschap, vooral in financiële zin. De heer Teunissen zegt dat dit niet het geval is. Verder geeft hij aan dat de gemeente Arnhem op dit moment nog het één en ander op een rij aan het zetten is. Naast de financiële kant van de zaak is er sprake van een ½  fte. Op die wijze kan er enige sturing aan het proces gegeven worden. Dit is bijvoorbeeld van belang omdat Staatsbosbeheer op onderdelen duidelijk andere opvattingen heeft dan het waterschap.
De heren Cruijssen en Brandenburg zijn van oordeel dat er risico’s worden genomen. De vraag is of voldoende is geborgd dat het waterschap alleen die kosten behoeft te maken die ook gemaakt hadden moeten worden indien deze plannen geen doorgang zouden vinden.
De heer De Gaaij zegt dat de categorie ongebouwd instemt met dit voorstel. Het is jammer dat de gemeente Nijmegen afziet van deelname en dat de gemeente Arnhem twijfelt. Voor het overige worden de plannen echter wel breed gedragen. Het waterschap zal zich wel moeten beperken tot het eigen beheer. Hij vraagt zich af of het percentage nog wijzigt nu er een partij afvalt.
De voorzitter antwoordt dat het percentage voor Waterschap Rivierenland niet zal veranderen.
In antwoord op de vragen geeft de heer Teunissen aan dat het waterschap de “eigen” taak uitvoert en dat het daarbij blijft.
De heer Den Hartog geeft aan zich zorgen te maken over de beheerskosten van het park. Het zou toch zomaar kunnen dat, ondanks hetgeen hierover tot nu toe is gezegd,  het waterschap net iets meer moet gaan doen dan hetgeen tot de kerntaak behoort. Hij verzoekt de heer Teunissen toch nog eens de voordelen voor deelname te noemen. Voor de ½ fte worden in de stukken overigens verschillende bedragen genoemd.
De heer Teunissen geeft aan dat de ambitie duidelijk uit de stukken blijkt. Als dit park er nu niet komt dan komt het nooit. Dat zou echt een gemiste kans zijn. Het gaat om een zeer omvangrijk gebied aan de rand waarvan de projectontwikkelaars als het ware staan te trappelen. Het waterschap is gelet op de omvang van het geheel voordelig uit. Het is van belang niet afzijdig te staan bij deze ontwikkeling en er juist volop aan deel te nemen.
De heer Den Hartog vraagt zich af of één en ander geen vorm gegeven kan worden zonder met een gemeenschappelijke regeling te werken.    
De heer Teunissen geeft aan dat de kosten nooit hoger zullen worden dan hetgeen is afgesproken.
De voorzitter geeft aan dat de gemeenschappelijke regeling voor dit project de juiste vorm is. Juist als overheden gezamenlijk aan een project deel nemen is dat een goede vorm. Ook is dit een juiste vorm als naar de BTW  wordt gekeken.
De heren Den Hartog en Cruijssen verzoeken het college toch vooral zeer kritisch te blijven. Er lijken onderdelen in deze voorstellen te zitten die de nodige risico’s in zich dragen.
De heer Gertsen merkt op dat door de forse financiële bijdrage van het Rijk in feite de plannen niet duur zijn.
De heer Teunissen geeft nog aan dat de gemeente en het waterschap een verschillend bedrag rekenen voor een ½ fte. Hij herhaalt dat de kosten voor het waterschap vastliggen.
De heer Cruijssen vraagt zich hardop af waarom de regie niet meer bij de provincie zou kunnen (blijven) liggen. De provincie zou dan de risico’s kunnen dragen.
De voorzitter geeft aan dat het is te prefereren dat het waterschap bij beheer en inrichting het nodige juist zelf kan bepalen. Tevens geeft hij aan dat de uiteindelijk op te stellen gemeenschappelijke regeling nog nadrukkelijk juridisch getoetst zal worden. Zodanig, dat de risico’s minimaal zullen zijn.
De vergadering stemt vervolgens in met het voorstel met de aantekeningen dat bij  de op te stellen gemeenschappelijke regeling zeer nadrukkelijk een juridische toets uitgevoerd zal worden ter voorkoming van risico’s.

13. KRW maatregelprogramma Rivierenland en Adviesnota Rijn-west

De heer Gremmen geeft een korte toelichting. Dit zijn de bijstellingen van het maatregelenpakket dat uiteindelijk in Brussel ingebracht zal worden. De waterlichamen zijn nog eens nadrukkelijk bezien en gereduceerd. Hij gaat nog in op de verdere procedure.
De heer Bikker geeft, namens de categorie ongebouwd, aan verheugd te zijn met de reductie van  de omvang van de waterlichamen. Van hem mag er nog wel iets meer af. Voor het overige geeft hij een compliment. Wel maakt de categorie zich ernstig zorgen over wat hij “het afrekenregime” noemt. De risico’s nemen in die zin enorm toe. Opgepast moet worden voor aannamen. De effecten van maatregelen kunnen enorm zijn. Realisme bij de formulering van de doelstellingen is dan ook van belang.
Voor hem zijn er geen redenen om als waterschap binnen Rijn-West er positief uit te springen.
Mevrouw Haubrich verwijst naar het laatste nummer van het blad Het Waterschap. Zij heeft uit het betreffende artikel de indruk gekregen dat de plannen ook te concreet kunnen zijn. Dat zou tot onaangename verrassingen kunnen leiden omdat een waterschap bijvoorbeeld niet het exacte aantal genoemde vispassages heeft gerealiseerd.
De heer Gremmen geeft aan voor wat betreft de omvang van de waterlichamen niet op de millimeter te willen gaan zitten. Immers, er is al een reductie doorgevoerd van maar liefst 35 kilometer. Het zou te veel energie vergen om daar nog eens naar te kijken, zeker in relatie tot de vermoedelijke uitkomst. Naar het afrekenen op de diverse doelen wordt zeker gekeken. Er zou wellicht ook, zoals dat sinds kort wordt genoemd, een “doelgat” kunnen ontstaan. In de aanloop naar 2019 zal middels pilots gekeken moeten worden of de doelen gehaald kunnen worden. Er zal sprake zijn van monitoring. De nota Schoon Water  zal ter kennis van het bestuur gebracht worden. Dan blijkt dat dit waterschap ergens in het midden zit.
In de richting van mevrouw Haubrich geeft hij aan dat er voor gekozen kan worden om doelen minder concreet op te nemen of dat er voor wordt gekozen dit wel te doen en dan, indien dit zich voordoet, als iets niet gehaald wordt heel concreet beargumenteren wat daar de reden van is. Van belang is de maatregelen te noemen en aan te geven hoeveel energie je daar als waterschap insteekt. Er zijn overigens nogal wat zaken die nu al gewoon onderdeel van het vigerende beleid zijn en die weer eens worden genoemd.
De voorzitter geeft aan dat in de  vertaalslag naar het beheerplan wellicht nog enige fine-tuning plaats kan vinden. De discussie over doelstellingen en de energie die dat mag vergen wordt overigens in alle geledingen gevoerd. Er wordt dan ook vaak een werkwijze gekozen waarbij doelstellingen duidelijk worden geformuleerd die redelijk ambitieus zijn maar waarbij de periode die er mee gemoeid is om deze te realiseren iets wordt verlengd. Dat geeft ook duidelijk richting Brussel aan wat een waterschap wil maar dat niet alles in één keer gehaald kan worden. Voor de eigen organisatie kunnen dan eventueel tussendoelen geformuleerd worden, uiteraard voor intern gebruik. Er zal in het gehele systeem uiteraard wel enige flexibiliteit moeten blijven.
De heer Bikker bedankt, namens de categorie ongebouwd, voor de duidelijke beantwoording.  Naar zijn mening is er dus wel degelijk sprake van een strak afrekenregime. Hij zou graag tijdig vernemen wat de risico’s in dezen zijn en vraagt om een duidelijke rapportage.
De voorzitter geeft aan dat dit dezelfde vorm zal zijn als waarin thans aan de provincie wordt gerapporteerd; dus met een kolom naast de tekst waarin met een kleur wordt aangegeven wat de stand van zaken is.
De heer Van Brandenburg maakt zich zorgen om tussentijdse bijstellingen van de Europese normen.
De heer Gremmen geeft aan dat zaken die worden vastgelegd uiteraard voor de langere termijn zouden moeten gelden. Anderzijds is nu niet in te schatten wat op landelijk of Europees niveau gaat veranderen. Er kunnen altijd binnen de algemene democratie regels of normen vastgesteld worden die gevolgen hebben voor het beleid van het waterschap, denk bijvoorbeeld aan normen die voor fruittelers van belang zijn.
De vergadering stemt in met het voorstel.

14. Kredietaanvraag herziening peilbesluiten Waterschap Rivierenland.

Allereerst geeft de heer Kool een korte toelichting, waarbij hij ingaat op hetgeen in het proces is ingebracht door de provincie en Staatsbosbeheer.
De heer Bikker geeft, namens de categorie ongebouwd, aan dat door eisen en wensen van provincie en Staatsbosbeheer de voortgang langer loopt dan was gepland. Ten aanzien van de aanpak heeft hij wel enige zorg. Hij vraagt om toch vooral te kiezen voor praktische peilbesluiten en ook goed naar de streek te luisteren.
De heer Kool  geeft aan dat de aanpak zodanig is dat de voorstellen theoretisch goed zijn onderbouwd terwijl er in de praktijk goed mee valt te werken. Zowel de betrokken burgers als de overheden  moeten er mee in kunnen stemmen. De klankbordgroep in de Alblasserwaard kijkt naar de praktische kant en dat verloopt erg goed.

De vergadering stemt in met het voorstel.

15. Stimuleren afkoppelen regenwater van riolering

De heer Gremmen geeft een korte toelichting. Hij geeft aan dat er belangstelling bestaat voor de regeling. De gemeenten hebben ambities en daar sluit deze regeling goed op aan. Er zal op termijn minder overlast op de r.w.z.i.’s zijn. Als het voorgestelde bedrag op termijn niet voldoende zal blijken te zijn, dan zal hij nadere voorstellen doen.
De heer Poot zegt, mede op basis van een uitkomst van een studiedag van de STOWA, positief te staan ten aanzien van stimuleren op zich maar tegen het beschikbaar stellen van het genoemde bedrag.
De heer Cruijssen zegt dat niet exact is aan te geven “wat je terugkrijgt”. Er wordt alleen maar water verpompt.
De voorzitter verwijst naar het midden van pagina 2 van het voorstel waar is aangegeven dat op basis van OAS-en gesteld wordt dat tot op heden een besparing is bereikt van € 1,8 miljoen.
De vergadering stemt in met het voorstel. De heer Poot wenst aantekening geacht tegen dit voorstel te hebben gestemd.

16. Objectovereenkomst Betuweroute tussen Prorail en Waterschap Rivieren -   land, voor aanvoer en beschikbaarheid bluswater voor de Betuweroute

De voorzitter geeft een toelichting. Hij gaat daarbij ook in op de omstandigheden waarin er geen verplichting is tot het leveren van bluswater, zoals bij meer dan 10 centimeter ijs in de watergang en bij langdurige droogte. De situaties waarin sprake is van overmacht zijn scherp geformuleerd zodat daarover geen onduidelijkheid behoeft te bestaan. Dit voorstel is het eindproduct van een zeer langdurige voorbereiding die niet altijd even eenvoudig was.
De heer De Gaaij merkt bij dit agendapunt op dat als gevolg van de Flora- en Faunawetgeving het gebied verruigt en dat agrariërs met de gevolgen van deze wetgeving in de praktijk veel moeite hebben.
De heer Cruijssen geeft, namens de categorie ingezetenen, een groot compliment bij dit voorstel. 
De voorzitter geeft aan dat, sprekend over bluswater voor de Betuweroute, bij een afweging van veiligheid en Flora- en Faunawetgeving de veiligheid voor gaat.
De vergadering stemt in met het voorstel.

17. Kredietvoorstel in verband met het opstellen van het bestek, begeleiding en uitvoering en de uitvoeringskosten t.b.v. het aanbrengen van beplanting ter plaatse van de Ketelweg in de gemeente Papendrecht in het kader van het compenserend landschappelijk aanpassingsplan (COLA plan).

Na een korte toelichting door de heer Van Herwaarden stemt de vergadering in met het voorstel.

18. Aanvraag voorbereidingskrediet in verband met de grondmechanische begeleiding, het opstellen van het bestek, het toezicht en de directievoering voor het project Gorinchem-Hardinxveld Giessendam Oost.

De heer Van Herwaarden geeft een toelichting. Hij geeft daarbij aan dat het hier gaat om een dijkverbetering uit het jaar 1996. Daarna is er sprake geweest van een forse zetting. De stabiliteit is op dit moment onvoldoende. Wellicht ten overvloede merkt hij nog op dat de provinciale bijdrage in dit geval 72% bedraagt.
De heer Poot geeft aan dat de grondmechanische advisering slecht is geweest. Een dergelijk bedrijf zou eigenlijk niet mee in mogen schrijven. Hij pleit voor uitsluiting.
De heer Van Herwaarden geeft aan dat dat niet mogelijk is. De voorzitter vult aan dat het inmiddels ruim 12 jaar geleden is en dat de ontwikkelingen daarna niet hebben stilgestaan.
De heer Moret pleit er voor toch, zo maar enigszins mogelijk, maatregelen te nemen.   
De vergadering stemt in met het voorstel met de aantekening dat nagegaan zal worden, overigens zonder over de uitkomst concrete toezeggingen te kunnen doen, of het mogelijk is de druk richting adviesbureaus iets op te voeren als het gaat om hun aansprakelijkheid.

19. Vaststellen ontwerpplan 2e fase kadeverbetering Hoge Boezem Overwaard

De heer Van Herwaarden geeft een korte toelichting.
De heer Bikker geeft, namens de categorie ongebouwd, aan dat het hier enerzijds  een natuurmonument betreft maar dat anderzijds de functie, bergboezem, van het grootste belang is.
De heer Van Herwaarden zegt dat dit ter harte wordt genomen.
De vergadering stemt vervolgens in met dit voorstel.

20. Voorbereiding dijkverbeteringswerken 2008-2015; beschikbaar stellen voorbereidingskredieten

De heer Van Herwaarden geeft een toelichting. Hij gaat daarbij in op de hoge tijdsdruk en op het vele werk dat door het projectbureau is verzet. Over de normering is met Rijkswaterstaat veel overleg gevoerd. In 2012  moet de voorbereiding afgerond zijn. Bij de plannen wordt, zo enigszins mogelijk, uitgegaan van robuust ontwerpen. Het telkens een nieuwe ronde van dijkversterkingswerken uitvoeren kan daarmede beperkt worden.
De heer Den Hartog geeft, namens de categorie ingezetenen, aan dat er op de themabijeenkomst van het Algemeen Bestuur door Johan Bakker een prima toelichting is gegeven op dit onderwerp. Het robuust ontwerpen spreekt zeer aan. Hij hoopt dat er in de toekomst, in financiële zin, geen sprake zal zijn van een terugtredende overheid. Ook in financiële zin zal er ruimte voor de rivier moeten blijven. Het projectbureau dijkversterking gaat een zeer intensieve en drukke tijd tegemoet. De bemensing van het bureau is een punt van aandacht.
De heer De Gaaij vraagt bij dit agendapunt of het bekend is dat er in de toekomst wellicht sprake zou kunnen zijn van gaswinning in Munikkenland.
De vergadering stemt in met dit voorstel. In de Stuurgroep Munikkenland zal de vraag over gaswinning en de mogelijke gevolgen daarvan worden neergelegd.

21. Aanvraag krediet voor de persleidingverlegging als gevolg van verbreding van de A2 ter hoogte van Hedel

Als punt van orde merkt mevrouw Haubrich op dat de suggestie die door twee vaste commissies van advies is gedaan om dit voorstel in een besloten vergadering te behandelen kennelijk niet is overgenomen.
De voorzitter stelt dat die conclusie juist is. Het college achtte daartoe namelijk geen redenen aanwezig. Het bestuurlijk overleg is al gepland en het in het voorstel genoemde bedrag is een maximum.
De heer Rijsdijk geeft vervolgens een korte toelichting.
De heer Baan vraagt, gelet op het gestelde onderaan pagina 2 van 4 van het voorstel een nadere toelichting bij de hogere vergoeding dan conform de NKL. 
De heer Rijsdijk licht nader toe dat het feit dat het waterschap eerst laat van de plannen in kennis is gesteld, een kostenopdrijvend effect heeft. Hij geeft aan dat uiteraard getracht zal worden de onderhandelingen zo goed mogelijk te voeren.
De vergadering stemt in met het voorstel.

22. Aanpassen rioolgemaal Doornenburg.

Na een korte toelichting door de heer Rijsdijk stemt de vergadering in met het voorstel.

23. Aanvullend investeringskrediet voor groot onderhoud aan de biogasinstallatie op de rwzi Tiel.

Na een korte toelichting door de heer Rijsdijk stemt de vergadering in met het voorstel.

24. Instemmen met borgstellen Het Waterschapshuis voor € 421.000,00

De heer Kuiper geeft een korte toelichting. Het betreft hier dus geen krediet maar een borgstelling. Hij geeft nog aan dat aan het gemeenschappelijk belastingtraject van het Waterschapshuis door dit waterschap niet wordt deelgenomen.
De vergadering stemt in met het voorstel.

25. Jaarrekening 2007 Waterschap Rivierenland.

De heer Kuiper verwijst allereerst naar de zeer uitvoerige behandeling in de diverse commissies. Hij geeft aan dat inmiddels de positieve reactie van de accountant is ontvangen en licht de toevoeging aan de voorziening voormalig personeel nog nader toe.
Namens de categorie ingezetenen geeft de heer Aanen aan dat deze jaarrekening een stuk is dat er qua omvang en inhoud mag zijn. Het is een helder en goed stuk . Hij geeft een compliment aan CDH en ambtelijk apparaat. Ook van de accountant is inmiddels een positief oordeel gekomen. De behandeling in de commissies is goed verlopen en de antwoorden op de diverse vragen zijn duidelijk en afdoend, waarvoor hij bedankt. Hij merkt op dat de eenmalige uitkering van de NWB gezien moet worden als een financiële ingreep met een positief effect. Uiteindelijk is er sprake van een positief resultaat terwijl er toch op het laatste moment nog een extra toevoeging aan de genoemde voorziening heeft plaatsgevonden. Het geheel overziende is hij zeer tevreden zij het dat opgemerkt moet worden dat het investeringsniveau een punt van aandacht blijft.
De heer Driessen zegt, namens de categorie gebouwd, zeer tevreden te zijn. De behandeling in de commissie verliep goed. Op alle vragen zijn inmiddels duidelijke antwoorden gekomen. De accountant stemt ook in, hetgeen een goede zaak is. Het investeringsniveau is wel een punt van aandacht. Hij maakt van de gelegenheid gebruik de nieuwe concerncontroller hartelijk welkom te heten en ziet in hem ook een belangrijke medewerker voor het Algemeen Bestuur.
De heer Kuiper stelt vast dat er veel lovende woorden zijn en dat hij geen concrete vragen behoeft te beantwoorden. Over de investeringen merkt hij op dat er op peildatum 15 juni 2008 voor € 19,1 miljoen geïnvesteerd is, voorwaar geen gering bedrag.
De vergadering stemt in met het voorstel.

26. Reactie concerncontroller op accountantsrapport behorend bij de Jaarrekening 2007

Zonder verdere toelichting stemt de vergadering in met dit voorstel.

27. Voorjaarsnota 2008

De heer Kuiper gaat in op de totstandkoming van de Voorjaarsnota 2008 zoals deze thans ter tafel ligt. Er is diverse keren over dit onderwerp gesproken. Er is ten opzichte van het allereerste ambtelijke concept het nodige veranderd. De taxatiewijzer van TAUW is ook nog eens tegen het licht gehouden en de meest recente gegevens zijn in dit stuk verwerkt. Zoals bekend zijn er meer belastingplichtigen in het nieuwe systeem, zoals Rijkswaterstaat en een gedeelte van de stad Nijmegen. Hierdoor zijn de gevolgen van de kostenverhoging voor de tarieven beperkt. Immers, er zijn meer belastingplichtigen.
Namens de categorie ingezetenen geeft de heer Nieuwenhuis aan dat de kosten beheersbaar moeten blijven. Door een, min of meer toevallig, voordeel is de uitkomst nog redelijk te noemen maar de categorie ingezetenen wil toch nu al aangeven dat de eerdergenoemde 3% niet zal veranderen. Het CDH wordt aan die 3% gehouden. De uitkering van de NWB leidt tot een lastenverlichting. Het investeringsprogramma is ambitieus. Daarover moet nog eens goed nagedacht worden. Bij de voorbereiding van de begroting voor 2009 moet wat betreft de categorie ingezetenen uitgegaan worden van de eerdergenoemde 3%.
De heer Poot geeft, namens de categorie bedrijfsgebouwd, aan dat de extra inkomsten een vertekend beeld geven.  Eigenlijk is het eerder afgesproken maximum volgens hem overschreden. Hij stelt voor het onderwerp wegenbeheer op de bestuurlijke agenda te brengen.
De heer De Gaaij  spreekt namens de categorie ongebouwd zijn waardering uit voor de wijze waarop dit stuk tot stand is gekomen. Zo vond hij de thema-avond uiterst informatief. Hij bedankt voor de wijziging van de taxatiewijzer. Bij de evaluatie van de Waterschapswet zal nog eens goed naar de infrastructuur gekeken moeten worden. Hij herhaalt dat het eerder genoemde maximum van 3% nog niet is vervangen door een ander getal. Hij vraagt zich hardop af of het eventueel niet verhogen van de BTW nog soulaas kan geven.
De heer Baan spreekt namens de categorie gebouwd waarderende woorden voor hetgeen ter tafel ligt. De organisatieontwikkeling gaat goed. Er wordt voorzichtig nagedacht over het werken met prestatie-indicatoren. Met lede ogen heeft hij vast moeten stellen dat de kosten fors stijgen. Hij meldt dat de categorie gebouwd, overigens niet unaniem maar in wel in meerderheid oog heeft voor de gevolgen van de wijziging van de kostentoedeling. Als dat voor één jaar een tariefstijging van meer dan 3% zou betekenen dan kan de categorie daarmede, vanwege die bijzondere omstandigheid, wel leven. Hij heeft grote waardering voor de ambtelijke en bestuurlijke inzet die heeft geleid tot de wijziging van de kostentoedeling ten opzichte van de allereerste plannen.
De heer Kuiper geeft aan dat het niet verhogen van de BTW een effect heeft van € 600.000,00. Loonkostenontwikkeling en gewijzigde wetgeving (baggerspecie) kunnen niet echt beïnvloed worden door het waterschap, zo stelt hij vast. De financiering van De Geer komt nog in het Algemeen Bestuur aan de orde. Daar is overigens een voorziening voor en ook andere overheden betalen aan deze reconstructie mee. Punten van blijvende aandacht voor dit moment zijn dus baggeren en de hoogte van de BTW.
De voorzitter vult nog aan dat kosten die zich autonoom ontwikkelen niet door het waterschap zijn te beïnvloeden. Hij verzoekt niet al te strak aan de eerder genoemde 3% vast te houden. Uiteraard zal het college op de kosten letten. Dat gebeurt altijd al. Een consistente lijn in de tariefsontwikkeling is ook van belang. Grote fluctuaties moeten worden voorkomen.
Mevrouw Haubrich geeft aan dat de categorie gebouwd inderdaad in de grootst mogelijke meerderheid zegt dat eenmalig boven de 3% uitgekomen mag worden maar de categorie is daar dus niet unaniem in. De categorie zegt ook: let op het ambitieniveau en laat het graag aan het nieuwe bestuur over om ook iets van dit onderwerp te vinden.
De heer Nieuwenhuis geeft aan vooral voor duidelijkheid te zijn. Op dit moment zijn er nog onduidelijkheden en onzekerheden. Daarom geeft hij, vooruitlopend op de begrotingsbehandeling, het signaal af om vooral in de buurt van de eerdergenoemde 3% te eindigen.
De heer Poot  vraagt om een heldere toelichting bij bepaalde cijfers. Dus: dit kosten de Waterparels en deze uitgaven zijn het gevolg van KRW-maatregelen. Dan is het beter uit te leggen, zo meent hij.
Samenvattend trekt de voorzitter voor dit moment de navolgende conclusies:
Het Algemeen Bestuur is niet unaniem in de wijze van toepassing van de in het verleden genoemde 3% norm. De norm is op dit moment nog niet losgelaten maar een deel van het AB lijkt in te kunnen stemmen met een ander percentage mits goed onderbouwd. Extra aandacht voor kosten baggeren en eventuele BTW verhoging. Aandacht voor implementering programma’s en voor het gaan werken met prestatie-indicatoren.
Afsluitend dankt de voorzitter de aanwezigen hartelijk voor de wijze waarop de Voorjaarsnota is behandeld en zegt hij toe dat het CDH nadrukkelijk met deze aanbevelingen en voorstellen van de zijde van het Algemeen Bestuur aan de slag zal gaan in het kader van de voorbereiding van de begroting voor het dienstjaar 2009.

28. Rondvraag

De heer Buchner geeft aan dat er in Zuid-Holland in het kader van de waterschapsverkiezingen een zogenaamde verkiezingsmarkt gehouden zal gaan worden. Is dat bij Waterschap Rivierenland ook de bedoeling?
De voorzitter meldt in antwoord hierop dat er in het kader van de Waterschapsverkiezingen een lijsttrekkersdebat gehouden zal worden.

De heer Moret geeft aan dat wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn in het kader  van de dijkversterking in Baanhoek/Sliedrecht hij deze graag verneemt.
De voorzitter zegt dat hij via de commissie Veiligheid in kennis gesteld zal worden, uiteraard alleen indien er echt nieuwe ontwikkelingen zijn.

De heer Nieuwenhuis vraagt aandacht voor tijdige toezending van stukken en voor de combinatie van enerzijds veel agendapunten en anderzijds een excursie op één en dezelfde dag. De voorzitter neemt aan dat niet bedoeld wordt dat de excursie vanmorgen om 08.00 uur aan had moeten vangen maar geeft daarnaast aan hier aandacht voor te zullen houden.

De voorzitter deelt mede dat op 1 oktober 2008, in de middag het nieuwe laboratorium officieel geopend zal worden en dat men het komende weekend (20-21 juni) verhuist.

Tenslotte doet de voorzitter enkele mededelingen over de wijze waarop (inhoudelijk/procedureel) met het rapport van de commissie Vellinga is omgegaan en wat de huidige stand van zaken is.

29. Sluiting

De voorzitter dankt een ieder voor zijn aanwezigheid en inbreng en sluit de vergadering. Voor het verdere programma van deze dag verwijst hij naar het afzonderlijk toegezonden programma.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van Waterschap Rivierenland op 19 september 2008

Paginafuncties

Waterschap Rivierenland
Naar boven