
G.N. Kok, (voorzitter), H.C. Jongmans (secretaris-directeur), H. Kuiper, E. van Lopik, S.J. Poot, F.C. Vorselman, P. Aanen, H.J. Beumer, J.C. Buchner, J.G.M. Driessen, G.V. den Hartog, mw. C.T.E.M. Haubrich, mw. E.P.E. van Steenbrugge-Spiering, R.G.C.M. Cruijssen, A. Bassa, G.W.R. Gerrits, H.G. Gertsen, M.P. Lae-ven, G.E. Moret, J.H. Reijnen, mw. M.A.H.W. Bles-van der Velden, Th.B.M. Kerk-hof, F.W.M. van Brandenburg, T. Kool, G.J.A. Nieuwenhuis, G.J.M. van Herwaar-den, J.A.M. Janssen, A.J. Rijsdijk, A.E. de Kok, J. Bikker, B. Teunissen, M.H.M. Gremmen, W. de Gaaij en A.J.H.M. van Veldhoven
B. Baan, Mw. E.M.H.B. Daamen-van Wanroy, C.G.A. de Raad, mw. J.J. van Wichen-Reijnen en L.P.G. de Wildt
mevrouw M.J. Bot-v.d. Stelt
31 oktober 2008
De voorzitter opent de vergadering en heet alle aanwezigen van harte welkom. Hij deelt mede dat mevrouw Lakerveld wil inspreken met betrekking tot agendapunt 10 en 11 en geeft haar daarvoor de gelegenheid.
Mevrouw Lakerveld zegt bezwaar te hebben tegen een aantal aspecten van het gemeentelijk waterplan Zederik en het waterbeheerplan. Het betreft:- Riooloverstorten in het buitengebied, want dat is slecht voor de waterkwaliteit;
Verder vindt mevrouw Lakerveld dat natuurvriendelijke oevers niet ten koste moeten gaan van de waterkwaliteit.
Ten aanzien van voorlichting en communicatie merkt zij op dat dit door Gemeente, Provincie en Waterschap niet goed gebeurt. Er wordt informatie achtergehouden en de instanties zijn niet onpartijdig.
Mevrouw Lakerveld vindt dat het beheer en onderhoud van watergangen thuis hoort bij de eigenaren van de percelen en niet bij het Waterschap en de Gemeente.
Mevrouw Lakerveld vindt verder dat het Waterschap niet bevoegd mag worden om vergunningen en ontheffingen er door te drukken.Waterschap, Gemeente en Provincie omzeilen de wet en houden alleen maar rekening met eigen belangen. Er wordt informatie achter gehouden, beloftes worden niet nagekomen en er wordt zelfs gelogen. Waterschap, Gemeente en Provincie laten slootdemping van B-watergangen toe alleen vanuit vriendenbelangen, aldus mevrouw Lakerveld.
Mevrouw Lakerveld bedankt de vergadering voor de mogelijkheid om in te spreken.
De voorzitter vervolgt de vergadering. Hij geeft aan dat er nationaal een discussie plaats vindt over het waterplan. In dat plan is ook een reactie van het kabinet op het rapport van de Commissie Veerman opgenomen. Het concept van het waterplan komt in december in de Ministerraad, waarna het de inspraak ingaat.
In Unieverband is afgesproken dat er op korte termijn een reactie van de Unie van Waterschappen op het rapport van de Commissie Veerman zal komen. Daartoe is een kernteam gevormd van unieleden en deskundigen, waarvan de dijkgraaf ook deel uitmaakt.
Met betrekking tot de verkiezingen merkt de voorzitter op dat niet via internet gestemd kan worden maar per post. Dit werkt wel kostenverhogend. Er dient nog een kort geding van de stichting ‘wij vertrouwen de stemcomputers niet’, waarbij het gaat om de vraag of achteraf nagetrokken kan worden wie op wie heeft gestemd. De uitspraak is naar verwachting zo snel mogelijk na 3 november 2008.
De voorzitter geeft verder aan dat het Kieskompas tot nu toe 15.000 bezoekers heeft gehad. Dat is landelijk.
Ten aanzien van de internationale kredietcrisis merkt de voorzitter op dat slechts één van de 26 waterschappen geld had bij de IJslandse bank Landsbanki.
Vervolgens geeft de voorzitter aan dat er discussie wordt gevoerd over de kostentoedeling. 9 van de 26 waterschappen passsen tariefdifferentiatie toe ten aanzien van de buitendijkse gebieden. 2 van de 26 waterschappen doen dat ook voor gebieden die wel of niet bemalen worden. De tariefdifferentiatie voor wegen wordt door 10 of 11 waterschappen voorbereid. Waterschap Rivierenland zal zo spoedig mogelijk overleg voeren over hoe deze regeling uitpakt, welke overwegingen er aan ten grondslag liggen en welke wijzigingen op korte termijn toepasbaar zijn.
De voorzitter trekt stemnummer 26 zodat een eventuele stemming begint bij de heer Janssen.
De voorzitter wijst erop dat op pagina 1 de naam Broekema niet juist is. Het moet zijn de heer Ploegmakers.De heer Poot merkt op dat op pagina 5 bij de rondvraag, zesde regel van boven, de zinsnede veel te veel fosfaat moet worden vervangen door veel te weinig fosfaat.
Met in acht name van deze wijzigingen wordt het verslag vastgesteld.
De voorzitter merkt naar aanleiding van de vraag van de heer Van Lopik op pagina 2 op dat ook in de gemeenten Graafstroom en Werkendam de gaswinning mogelijk wordt geactiveerd.
Naar aanleiding van pagina 3 merkt de heer Vorselman op dat de privatisering van de AVRI niet door gaat.
Naar aanleiding van punt 12 op pagina 4 geeft de voorzitter aan dat de kapitaallasten in 2009 € 15.000,= bedragen, in 2010 € 48.000,= en in 2011 € 66.000,=. Wat het betekent voor de exploitatiekosten is nog niet bekend.
De heer Den Hartog merkt naar aanleiding van punt 10 op pagina 4 op dat de heer Van Herwaarden heeft aangegeven dat extreme overschrijdingen ook subsidiabel zijn. De heer Van Herwaarden geeft aan dat, als de overschrijding verantwoord is, deze wordt vergoed.
De voorzitter maakt melding van de landelijke oefening die deze week is begonnen als verlengstuk van het task force management overstromingen. Waterschap Rivie-renland is daarbij ook betrokken in de regio Midden en West Brabant en in de regio Zuid-Holland Zuid in een oefening bij dijkring 16. In de Provincie Gelderland is Waterschap Rivierenland op afstand betrokken.
De heer Vorselman zegt in de commissie ABA de vraag te hebben gesteld of alle communicatiemiddelen op een andere locatie te gebruiken zijn als dit hoofdkantoor ontruimd zou moeten worden.
De voorzitter zegt deze vraag niet de hoogste prioriteit te hebben gegeven. In een later stadium komt dit aan de orde.
De heer Reijnen vraagt of de ingekomen stukken voortaan op een lijst ter kennis van het AB kunnen worden gebracht.De voorzitter zegt deze vraag mee te zullen nemen naar het nieuwe bestuur.
De heer De Boer geeft een toelichting op het eindrapport inzake het subsidiebeleid en het jaarverslag 2007 en jaarplan 2008/2009. Hij geeft aan dat het eindrapport in de Commissie ABA is besproken en dat de commissie heeft geadviseerd de aanbevelingen over te nemen.
De heer Nieuwenhuis geeft namens de fractie ingezetenen complimenten voor het eindrapport. Het is een onderwerp dat er toe doet en de conclusies zijn waardevol. De fractie ingezetenen ondersteunt dan ook de aanbevelingen. De fractie heeft ook geconstateerd dat het bestuur nog wel wat moet wennen aan deze vorm van rapportage. De heer Nieuwenhuis merkt nog op dat het onderzoek naar de verbeteringen als gevolg van de samenvoeging van waterschappen in 2002 en 2005 een onderzoek is dat nu opgepakt zou moeten worden. Later wordt dat minder relevant.
Mevrouw Haubrich geeft aan dat de categorie gebouwd het een overzichtelijk eindrapport vindt. De reactie van het College van dijkgraaf en heemraden op de aanbeveling om een overkoepelende subsidieregeling te maken was aan de zuinige kant. De categorie gebouwd vindt het echter noodzakelijk dat deze aanbeveling wordt overgenomen.
Met betrekking tot het jaarplan 2008/2009 vraagt mevrouw Haubrich of de Rekenkamercommissie voornemens is om het AB te raadplegen, ook al hoeft dat volgens de verordening niet. Tenslotte merkt mevrouw Haubrich, naar aanleiding van de bespreking in de Commissie ABA op dat in de stukken niet is terug te vinden dat het jaarplan 2008 ook betrekking op 2009 zou hebben.
De heer De Boer zegt dat het jaarplan 2008 eigenlijk het jaarplan 2008/2009 is. Hij geeft verder aan dat uit de genoemde onderwerpen echter nog geen keuze is ge-maakt. Ten aanzien van het consulteren van het AB merkt de heer De Boer op dat vandaag ook goed geluisterd wordt naar de opmerkingen die in het AB gemaakt worden. Daarnaast zal het AB één keer per jaar schriftelijk geconsulteerd worden welke onderwerpen er leven.
De heer Vorselman geeft aan dat de categorie bedrijfsgebouwd het liefst het onderwerp vergunningverlening en handhaving onderzocht wil hebben.De voorzitter geeft aan dat de zuinige reactie van het College van Dijkgraaf en heemraden op de aanbeveling om een overkoepelende subsidieregeling te maken voortvloeit uit het feit dat er zo weinig subsidieregelingen zijn binnen Waterschap Rivierenland. Als het AB het echter wenselijk vindt dat er een overkoepelende regeling komt, dan zal het College van Dijkgraaf en heemraden daaraan gehoor geven.
De voorzitter concludeert dat alle aanbevelingen, dus inclusief de aanbeveling om een overkoepelende subsidieregeling te maken, door het AB worden overgenomen.
De voorzitter dankt de heer De Boer voor zijn toelichting.
De vergadering stemt in met het voorstel.
De heer Kuiper geeft een toelichting.De heer Aanen geeft aan dat de categorie ingezetenen in kan stemmen met het voorstel. Hij merkt op dat zijn categorie verheugd heeft geconstateerd dat er nog steeds een mogelijkheid is om van de voorgeschreven procedure af te wijken maar dat de besluitvorming daarover nu wel in het College van dijkgraaf en Heemraden plaats vindt.
De heer Den Hartog vraagt, nu er gesproken wordt over bundeling van inkopen, aandacht voor de positie van kleine ondernemers in de regio die vaak veel gebiedskennis hebben. Hij wil graag weten hoe de groslijst eruit ziet.
De heer Bikker pleit er ook voor om bij groene werken de regionale aannemers kan-sen te bieden omdat zij vaak meer regionale kennis hebben.
De heer Van Lopik stemt namens de categorie bedrijfsgebouwd in met het voorstel. Hij sluit zich verder aan bij de woorden van de heer Den Hartog.
De heer Driessen vraagt of de wet BIBOB ook van toepassing is bij het screenen van potentiële aannemers. De voorzitter beantwoordt dit bevestigend.
De heer Kuiper geeft aan dat in de notitie is aangegeven dat er aandacht is voor de positie van kleine aannemers. Ten aanzien van de groslijst merkt hij op dat er een bepaalde wisselwerking is. Nu zal er weer eens één afvallen en dan zal er weer eens één bijkomen.
De voorzitter voegt er aan toe dat het AB af en toe geïnformeerd zal worden over de groslijst. In de Commissie Middelen zal aan de orde komen hoe de namen op de groslijst komen.
De vergadering stemt hierna in met het voorstel.9. Aanvullend krediet invoering nieuwe kostentoedeling.
De heer Kuiper geeft een korte toelichting waarna de vergadering instemt met het voorstel.
De heer Teunissen geeft een korte toelichting.
Mevrouw Haubrich stelt een procedurele kwestie aan de orde. Zij geeft aan dat men zich bij de totstandkoming van het waterbeheerplan waarschijnlijk niet heeft gerealiseerd dat de vaststelling ervan zo dicht op de verkiezingen zou zitten. De kans bestaat nu dat, na vaststelling van dit plan, het nieuwe bestuur achterover gaat zitten. Aan de andere kant zal het moeilijk zijn voor het nieuwe bestuur om wijzigingen door te voeren. Mevrouw Haubrich vraagt zich daarom af of de genoemde inspraak-tijd wettelijk vastgelegd is. Als dat niet zo is, zou het een mogelijkheid zijn om de vaststelling van het plan aan het nieuwe bestuur over te laten en het plan dan eind februari de inspraak in te laten gaan. Het nieuwe bestuur heeft dan nog de mogelijkheid om zaken te wijzigen.
De heer Cruijssen zegt volledig achter dit betoog te staan.
De heer Nieuwenhuis geeft aan dat dit voor de gehele categorie ingezetenen geldt.
De heer Bikker geeft aan dat dit plan integraal onderdeel uit gaat maken van het provinciaal en het nationaal waterplan. Hij vraagt zich af hoe groot de vrijheid is om tussentijds te wijzigen. De fractie ongebouwd voelt er daarom niets voor om de besluitvorming uit te stellen.
De heer Moret wil weten hoe groot de invloed van het rapport van de Commissie Veerman is op dit waterbeheerplan.
De voorzitter geeft naar aanleiding van de opmerking van de heer Bikker aan dat de onderwerpen in het waterbeheerplan al uitvoerig zijn besproken. Dit plan is daarmee een samenbundeling van wat al in een eerder stadium gezamenlijk is bedacht. Vervolgens zal er discussie gevoerd worden over de vraag hoe dit ten aanzien van de Kaderrichtlijn Water geharmoniseerd kan worden, wetend dat er op drie niveaus aan deze materie wordt gewerkt. Er is ook landelijk afgesproken dat de planvorming gelijktijdig plaats zal vinden, middels het trapje op – trapje af model. Er is ook lan-delijk afgesproken dat de ontwerp-waterbeheerplannen door de huidige besturen vastgesteld zullen worden. Het nieuwe bestuur heeft de mogelijkheid om naar aan-leiding van de inspraak nieuwe elementen op te nemen. Het nieuwe bestuur zal het plan ook definitief vaststellen en heeft daarmee de mogelijkheid zaken te wijzigen.
Deze procedure is, qua afstemming, nauwkeurig voorbereid en de voorzitter vraagt dan ook of het AB deze lijn wil volgen.
Naar aanleiding van de vraag van de heer Moret geeft de voorzitter aan dat de effec-ten van het rapport van de Commissie Veerman nog niet duidelijk zijn. Dat is meer iets voor de lange termijn.
De heer Vorselman ondersteunt de opmerking dat dit plan het product is van de ken-nis en ervaring van dit bestuur. Hij wil daarom de besluitvorming niet uitstellen.Na enige discussie concludeert de voorzitter dat de vergadering ermee instemt om het ontwerp waterbeheerplan, na inhoudelijke bespreking, vast te stellen.
De heer Kerkhof geeft aan dat de fractie gebouwd het inhoudelijk een sterk en goed vormgegeven plan vindt. Naar aanleiding van pagina 34 van het plan roept hij op om het standpunt met betrekking tot de handhaving in het kader van Ruimte voor de Rivier met verve te blijven verkondigen.
De heer Vorselman vraagt wie besluit dat dit plan niet MER-plichtig is.
De heer Bikker zegt dat in de commissie is gesproken over de typering van de wei-devogelgebieden. Hij vraagt aandacht voor het verschil in beleid tussen de Provincies. Verder merkt de heer Bikker op het een goede zaak te vinden dat er in 2009 een planstudie plaats gaat vinden over watertekorten. Tenslotte vraagt de heer Bikker of dit waterschap niet nauwer betrokken moet zijn bij de discussie die over het Volkerak wordt gevoerd. De invloedssfeer daarvan ligt namelijk binnen het beheersgebied van Waterschap Rivierenland.Hij geeft aan dat de categorie ongebouwd in kan stemmen met het plan.
De heer Cruijssen geeft aan, op persoonlijke titel, niet in te kunnen stemmen met de genoemde tariefstijging die wordt genoemd bovenaan pagina 7 van 9 van de advies-nota. Verder zegt hij geen voorstander te zijn van enkele van de genoemde stimule-ringsmaatregelen in de nota, ook al zijn die op vrijwillige basis. Het gaat om de stimuleringsmaatregelen voor mestvrije zones en bufferzones. Hij is er op tegen dat het waterschap zich daarmee bemoeit.
De heer Driessen onderschrijft deze laatste opvatting.
De heer Aanen sluit zich aan bij de woorden van de heren Bikker en Kerkhof wat betreft de waardering voor het plan. Naar aanleiding van de eerste alinea bovenaan pagina 53 vraagt de heer Aanen wat het betekent dat de gerealiseerde waterberging achteraf in het bestemmingsplan wordt vastgelegd.De heer Moret geeft aan dat er een aantal nieuwe zaken zijn opgenomen in dit ont-werp waterbeheerplan. Hij zegt niet akkoord te kunnen gaan met de tariefstijging van 1,15% die dat tot gevolg heeft.
De voorzitter geeft aan dat het Volkerak één van de kernthema’s is die door de kern-groep van de Unie van Waterschappen wordt opgepakt. De voorzitter heeft daar zelf zitting in.
De heer Teunissen geeft aan dat aan de commissie MER de vraag is voorgelegd of dit waterbeheerplan MER-plichtig is en dat bleek niet het geval. Naar aanleiding van de opmerking over de typering van de weidevogelgebieden zegt de heer Teunissen dat de kleuren op de kaart aangepast zullen worden. Naar aanleiding van de vraag van de heer Aanen geeft de heer Teunissen aan dat vaak van te voren niet precies bekend is waar waterberging gerealiseerd zal worden. Dat wordt pas bekend op het moment dat we aan de slag gaan. Daarom wordt het ook dan pas in het bestemmingsplan vastgelegd. De aanleg gebeurt ook op vrijwillige basis. Als het dan van te voren in het bestemmingsplan wordt vastgelegd is het vrijwillige karakter ervan verdwenen.
De heer Aanen wijst erop dat de belangen van derden ook geschaad kunnen worden. Middels een bestemmingsplan worden die derdenbelangen beschermd.
De voorzitter zegt toe dat de tekst op dit punt nog eens goed bekeken zal worden.
De vergadering stemt hierna in met het voorstel, met in acht name van de opmerkingen die de heren Cruijssen en Moret hebben gemaakt ten aanzien van de tariefstijgingen en de opmerking van de heer Cruijssen ten aanzien van de vrijwillige stimuleringsregeling voor mestvrije zones en bufferzones.
De heer Kool geeft een korte toelichting. Hij zegt de inspraakreactie van mevrouw Lakerveld mee te zullen nemen naar de bezwarencommissie.
De voorzitter zegt toe dieper op het verhaal van mevrouw Lakerveld in te zullen gaan. Daartoe zal een gesprek met haar worden gepland.
De vergadering stemt hierna in met het voorstel.
De heer Teunissen geeft een korte toelichting waarna de vergadering instemt met het voorstel.
De heer Teunissen geeft een toelichting.
De heer Reijnen geeft aan dat van de niet verspreidbare specie 20% niet verspreidbaar is vanwege het gebrek aan ruimte. Hij pleit ervoor om een afkoopsom te vragen voor het afvoeren van die specie.
De heer Teunissen zegt dat ernaar wordt gestreefd om die 20% te verminderen. Toch blijft dit een moeilijk probleem. Er spelen daarbij twee aspecten. In stedelijke gebieden gaat het vaak om kleine stukjes particuliere tuin. Daarnaast bestaan er ontheffingen uit het verleden waarin wel is geregeld dat het waterschap de bagger er uit moet kunnen halen maar niet dat de eigenaar van het perceel de bagger moet ontvangen. Een afkoopsom is in beide gevallen moeilijk in te zetten. Toch zal op een andere manier geprobeerd worden het percentage van 20 % terug te dringen.
De heer Reijnen wijst er op dat gemeenten in het verleden vaak kleine stukjes grond aan particulieren verkochten voor een appel en een ei. Vervolgens kan het waterschap niet meer goed bij de watergangen komen. Hij stelt voor om bij de gemeenten een bijdrage te vragen.
De voorzitter zegt dit onderwerp mee te zullen nemen.
De vergadering stemt hierna in met het voorstel.
De vergadering stemt in met het voorstel.
De heer Van Herwaarden geeft een korte toelichting.
De heer Van Veldhoven geeft aan het een goed plan te vinden. Hij vraagt zich wel af waarom de knelpunten niet in het plan worden benoemd. Mocht het in de toekomst zo zijn dat plannen van derden niet doorgaan dan zijn de knelpunten door het waterschap in ieder geval wel benoemd.
De heer Van Herwaarden geeft aan dat het waterschap groot tegenstander is van bouwen in de uiterwaarden van de Lek nabij Vianen. In de stuurgroep wordt dat standpunt ook telkens weer door hem verwoord. Een ander punt dat altijd aan de orde komt in de stuurgroep is de kwelproblematiek. Door activiteiten in de uiter-waarden mag de kwel niet toenemen. Het waterschap dringt dan ook aan op onderzoeken. De flessenhals ter hoogte van de A27 bij Avelingen is een onderwerp voor de langere termijn. Met de ontpoldering van de Noordwaard wordt voldoende ruimte geschapen tot 2015. Mochten er plannen worden ontwikkeld voor de verbreding van de A27 dan zal daarin de problematiek van de flessenhals worden meegenomen.
De voorzitter zegt dat Waterschap Rivierenland, als verantwoordelijke voor de veiligheid in het rivierengebied, de opdracht heeft om de effecten van plannen – ook van particulieren – steeds goed in de gaten te houden.
De vergadering stemt hierna in met het voorstel.
De heer Van Herwaarden geeft een korte toelichting waarna de vergadering instemt met het voorstel.
De heer Van Herwaarden geeft een korte toelichting waarna de vergadering instemt met het voorstel.
De heer Rijsdijk geeft een korte toelichting. Hij geeft aan dat het belangrijk blijft om de terugverdientijd kritisch in de gaten te houden.
De heer Poot wijst erop dat, als je de terugverdientijd wilt berekenen, ook bekend moet zijn wat de boekwaarde van de investering is. Hij geeft verder aan wel blij te zijn met deze aanpak.
De heer Cruijssen zegt ook in te kunnen stemmen met deze aanpak. Wel wil hij graag het project kunnen volgen, ook op afstand.De voorzitter geeft aan dat de resultaten in deze vergadering terug zullen komen. Ook via de website kan deze informatie verkregen worden.
De heer Rijsdijk zegt dat de boekwaarde inderdaad wel meegenomen moet worden. Het gaat echter in veel gevallen om zaken die al afgeschreven zijn.
De vergadering stemt hierna in met het voorstel.
De heer Nieuwenhuis zegt dat op 6 oktober 2008 een gesprek heeft plaats gevonden tussen de categorievoorzitters, namens het AB, en de dijkgraaf. In dat gesprek is teruggeblikt en vooruit gekeken. Wederzijds is uitgesproken dat de toekomst met vertrouwen tegemoet wordt gezien. De voorzitter beaamt dat.
De heer De Gaaij stelt namens de heer De Raad een vraag. Al jaren is er een slepend probleem met betrekking tot de waterafvoer tijdens zware regenval nabij Culemborg. Ondanks de heldere signalen die zijn afgegeven is er nog steeds geen oplossing. Hij verzoekt daarom op korte termijn op bestuurlijk niveau een gesprek aan te gaan met de betrokkenen om tot een oplossing te komen. De heer Teunissen zegt zo spoedig mogelijk aan dit verzoek te zullen voldoen.
De heer Poot wijst op de slechte kwaliteit van de geluidsapparatuur in deze zaal. De voorzitter zegt toe dat getracht wordt dit probleem zo snel mogelijk op te lossen.
De heer Kerkhof vraagt, naar aanleiding van de petitie die door de Onafhankelijke Nijmeegse Partij is aangeboden, of er meer gemeenten zijn die hun mening hebben gewijzigd ten aanzien van het plaatsen van verkiezingsborden.De voorzitter zegt dat het aantal gemeenten dat ‘ja’ zegt groeit. Er zijn nu 31 gemeenten die borden willen plaatsen en 5 die dat niet willen.
De heer Van Brandenburg wijst erop dat in bepaalde gevallen voor het storten van slib in buitendijkse gebieden geen WVO vergunning nodig is. Hij vraagt hoe het waterschap daar grip op kan krijgen. De heer Teunissen antwoordt dat de bevoegdheid van het waterschap binnendijks ligt. Daar zal gecontroleerd blijven worden.
De heer Driessen vraagt naar aanleiding van de inspraakreactie van mevrouw Laker-veld of er ook vragen gesteld hadden mogen worden. De voorzitter antwoordt dat dit ingevolge het Reglement van Orde mogelijk is.
Er zijn verder geen vragen voor de rondvraag.
De voorzitter dankt een ieder voor zijn aanwezigheid en inbreng en sluit de vergadering. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van Waterschap Rivierenland d.d. 28 november 2008De secretaris-directeur, Drs. H.C. Jongmans, de voorzitter Ir. G.N. Kok.
© Waterschap Rivierenland - Proclaimer