Waterschap Rivierenland
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage > Ons Bestuur > Besluiten > Besluiten Algemeen Bestuur > Verslag Algemeen Bestuur 21 februari 2011

Verslag Algemeen Bestuur 21 februari 2011

Opening

De voorzitter opent de vergadering en heet alle aanwezigen van harte welkom. Hij geeft aan dat het vanavond een belangrijke vergadering is. In de vorige AB-vergadering is al een aantal discussie punten benoemd met betrekking tot het concept Bestuursakkoord dat tussen de Unie van Waterschappen, IPO, VNG, VEWIN en het Rijk gesloten gaat worden. Vorige week heeft het CDH een brief gezonden aan alle AB-leden met de drie belangrijkste aandachtspunten in het bestuursakkoord voor Waterschap Rivierenland. Deze brief is echter al weer ingehaald door de nieuwste versie van het concept Bestuursakkoord. De vraag die vanavond voorligt, is of de waterschappen met dit bestuursakkoord beter worden verankerd en of het Algemeen Bestuur van Waterschap Rivierenland met dit concept Bestuursakkoord kan leven.

Trekking stemnummer

De voorzitter trekt stemnummer 12 zodat een eventuele stemming zal beginnen bij de heer Gremmen.

Reactie op het concept Bestuursakkoord per fractie

Eerste termijn

De heer Heutink zegt dat door een groot aantal mensen heel hard is gewerkt aan de totstandkoming van dit bestuursakkoord, en dat een groot aantal groepen heeft samengewerkt om tot dit akkoord te komen. Zowel het bottom up als het top down-proces was helder. Dit bestuursakkoord geeft een nieuwe impuls die mogelijk gaat leiden tot een nieuwe structuur ten aanzien van het waterdomein.

Toch constateert de heer Heutink dat dit concept Bestuursakkoord 'mosterd na de maaltijd' is, want de invloed van het Algemeen Bestuur van Waterschap Rivierenland strekt zich niet verder uit dan het geven van een mening.

De heer Heutink geeft vervolgens aan dat in 2011 het totale huiswerk nog moet worden afgemaakt. Opvallend is dat het Rijk komt met een voorstel voor een heffingenstelsel en een nieuw kiesstelsel. De fractie kijkt daar met belangstelling naar uit.

De aanscherping van de twee bestuurslagen is heel scherp geformuleerd. Het is of kaderstellend of operationeel. Een combinatie van beide is ondenkbaar. Dat opent allerlei perspectieven voor een nieuwe structuur. Dit jaar zullen ook afspraken worden gemaakt over nieuwe verantwoordelijkheden en financiering. Van 2011 tot 2014 is volop ruimte om een nieuw evenwicht te vinden tussen de nieuwe overheden.

De fractie Huiseigenaren kan in hoofdlijnen achter het concept Bestuursakkoord staan en ziet met belangstelling de verdere inhoudelijke discussies tegemoet.

Mevrouw Van Hulsentop geeft aan dat de PvdA fractie in kan stemmen met het eerste beslispunt. Het is inderdaad echt belangrijk dat dit akkoord getekend wordt.

De fractie is het helemaal eens met de lijn om 'directe verkiezingen' wat pregnanter naar voren te brengen. Directe verkiezingen zijn nu eenmaal beter ook al realiseert de fractie zich dat daar extra geld mee gemoeid is.

De PvdA kan ook instemmen met het voorbehoud ten aanzien van de verhoging van de bijdrage aan het HWBP. Spreker zegt erg te zijn geschrokken van de projectbijdrage van 25%.

Ten slotte is de fractie erg blij met beslispunt 3, om voor de herziening van het belastingstelsel een concrete datum op te nemen.

De heer Aanen zegt dat er een belangwekkend stuk voor ligt dat in feite een uitvloeisel is van de Actie Storm. Spreker denkt dat er op hoofdlijnen een aantal doelen van de Actie Storm is bereikt. De waterschappen staan op de kaart en zitten aan tafel.

De heer Aanen heeft echter de indruk dat er in de reactie van de Unie van Water¬schappen op het concept Bestuursakkoord op te veel plaatsen ronkend wordt gedaan over het bereikte resultaat. Spreker heeft zich daaraan gestoord. Zeker gezien de laatste versie van het akkoord is er wat minder reden om zo te reageren.

De Actie Storm had een financieel aspect in zich namelijk de bereidheid van de waterschappen om financieel bij te dragen aan de bezuinigingen die het Rijk voor haar kiezen krijgt. Het gevoel dat is ontstaan is dat de waterschappen een vinger hebben gegeven maar dat het Rijk een hand heeft genomen. 

In het concept Bestuursakkoord wordt een verdeling van de kosten voor het HWBP van 50% Rijk - 50% waterschappen voorgesteld vanaf 2014. Dat is aanzienlijk meer dan het bod dat de waterschappen deden. Principieel gezien is dit de verkeerde weg, aldus de heer Aanen. Het gaat over droge voeten van landsdelen en dat is een nationaal belang en een nationaal belang behoort te worden gefinancierd door het Rijk. Gelet op het aanbod van de waterschappen denkt spreker dat dit punt echter gepasseerd is. Dat betekent dat de waterschappen een bepaalde bijdrage zullen moeten leveren aan de versterking van de primaire waterkeringen. Wat de SGP/CU betreft mag dit een geringer deel zijn dan 50%.

Wat betreft de verevening van de kosten voor de verbetering van de primaire waterkeringen, is de fractie SGP/CU van mening dat er sprake moet zijn van 100% verevening. Er mag dus ook geen sprake zijn van een projectgebonden bijdrage. De heer Aanen zegt het van harte eens te zijn met de argumentatie die het CDH in het preadvies heeft neergelegd dat er ook anderszins - dan een projectgebonden bijdrage - doelmatigheidsprikkels aanwezig zijn in het hele proces.

Als toch niet ontkomen kan worden aan een projectgebonden bijdrage dan vindt de SGP/CU dat deze in ieder geval zo laag mogelijk moet zijn.

De heer Aanen vindt het nodig – als stok achter de deur – dat over de verevening binnen de waterschappen overeenstemming moet zijn bereikt alvorens het Bestuursakkoord wordt getekend.

Het eindperspectief dat de waterschappen te zijner tijd alle kosten voor de verbetering van primaire waterkeringen zouden moeten dragen vindt de fractie SGP/CU een verwerpelijk idee. Het Rijk heeft een blijvende verantwoordelijkheid, maar het frustreert ook een gezonde en goede afweging tussen dijkversterking en eventuele andere maatregelen tegen hoog water.

De SGP/CU is voorstander van directe verkiezingen en pleit ervoor deze optie naar de toekomst toe open te houden. Realistisch gezien is toch sprake van een onwrikbare houding van het Rijk op dit punt. Wat nu in het concept Bestuursakkoord staat is echt het minste wat op dit punt zou moeten worden gehandhaafd.

Wat betreft de herziening van het belastingstelsel, en met name het herstellen van de weeffout, merkt de heer Aanen op dat er sprake is van een open eind. Als er data genoemd worden zijn die te veel op termijn. Waarschijnlijk wordt dat veroorzaakt door het feit dat de oplossing van de weeffout wordt gekoppeld aan een totale herziening van het belastingstelsel. De fractie pleit ervoor om het punt van de weeffout los te koppelen van de totale herziening en de weeffout op zo kort mogelijke termijn op te lossen. De heer Aanen denkt dat er op landsniveau steun is voor deze werkwijze lettend op een motie van de SGP die in november in de Kamer is aangenomen.

De heer Van den Bosch zegt zich primair af te vragen wat de winst is die dit bestuursakkoord oplevert voor de waterschappen, behalve het feit dat vol trots gesteld wordt dat de positie van de waterschappen zeker is gesteld en dat de rol van de Provincie behoorlijk afneemt in het waterbeheer.

Als we met dit bestuursakkoord instemmen betekent dat een behoorlijke financiële lastenverzwaring, aldus spreker. Daarnaast is er voorlopig geen duidelijkheid over de verevening, wat voor Waterschap Rivierenland nog eens een extra forse toename van de lasten kan betekenen. Als de hele discussie over de projectfinanciering en de doelmatigheidsprikkel niet goed uitvalt dan is Waterschap Rivierenland daarmee fors gedupeerd. Daarnaast is er geen enkele helderheid en zekerheid of de weeffout in het belastingheffingenstelsel wel wordt gerepareerd.

Ondanks al die onzekerheden en het feit dat er weinig concrete informatie is, staat er toch in het stuk dat de waterschappen 325 miljoen Euro gaan besparen. Vervolgens staat in het stuk van de waterschappen dat er per jaar netto 125 miljoen Euro meer wordt uitgegeven. Uiteindelijk zal dit leiden tot een netto besparing van 200 miljoen Euro in 2020. Spreker snapt niet hoe dit kan worden gerealiseerd.

De fractie van de VVD vreest dat er een enorme lastenverzwaring plaats zal vinden. De heer Van den Bosch zegt dat ervoor kan worden gekozen om dit risico te lopen omdat er ook allerlei goede kanten aan het hele verhaal zitten. De fractie hoopt dat het CDH in staat is om de zorgen en de angsten rondom dit bestuursakkoord vanavond weg te nemen.

De heer Van Eeuwijk wijst op de dreiging die vorig jaar ontstond rondom de opheffing van de waterschappen. Die dreiging heeft geleid tot de Actie Storm, welke door het vorige Kabinet is omarmd. Het nieuwe Kabinet is komen te staan voor enorme bezuinigingen. De waterschappen krijgen het functioneel bestuur over het regionaal waterbeheer en de zuivering van stedelijk water. Heel veel andere zaken komen bij het Rijk te liggen. Zowel het Rijk als de Provincie blijven kaders stellen. Daar tegen¬over staat dat de waterschappen moeten uitvoeren en betalen.

De nieuwste versie van het concept Bestuursakkoord laat een heel wat rustigere benadering zien dan de vorige versie, als het gaat om getallen. Er is weer wat meer vertrouwen tussen de partners.

Alle getallen op een rij zettend, komt het erop neer dat het hele beheer van het watersysteem op dit moment op 7 miljard Euro uitkomt. In 2020 verwacht men dat dit 8 tot 9 miljard Euro gaat kosten. Dan wordt er een doelmatigheidswinst van 750 miljoen Euro verwacht in 2020, als alles gaat zoals gepland. Financieel zijn de intenties goed maar de daadwerkelijke invulling is nog erg onzeker.

Wat wel zeker is, is dat de waterschappen in 2014 een bedrag van 131 miljoen Euro moeten gaan betalen en vanaf 2015 jaarlijks een bedrag van 181 miljoen Euro. De vraag daarbij is welke verdeelsleutel daarop van toepassing wordt. Daar maakt de fractie zich grote zorgen over. De heer Van Eeuwijk denkt dat deze lasten niet kunnen worden afgeschreven omdat het structureel is. Dat leidt tot een enorme lastenverzwaring.

De taak van de waterschappen komt te liggen bij het functioneel regionaal waterbeheer en het beheer van het grootste deel van de primaire waterkeringen. Een deel van de primaire waterkeringen is echter nog in beheer bij het Rijk, welke zullen worden overgedragen aan de waterschappen. Om hoeveel primaire waterkeringen het daarbij gaat is volledig onduidelijk en dat betekent een extra financieel risico.

In een eerdere bijeenkomst is gevraagd om een opzetje te geven van de consequenties die het bedrag van 181 miljoen Euro structureel voor Waterschap Rivierenland betekent. De verevening moet daarnaast goed worden uitgekiend.

De fractie LRR is het eens met het standpunt ten aanzien van directe verkiezingen. De vraag is echter of er ruimte is om daarover nog te praten. Er is immers al een wet in de maak die uitgaat van indirecte verkiezingen.

De heer Van Eeuwijk rondt af met de opmerking dat het te gek voor woorden is dat een nationaal belang, namelijk droge voeten, primair wordt neergelegd bij de waterschappen. Een financiering van 100% aan het HWBP vindt de fractie LRR ook onacceptabel. 50% is het maximale bedrag waarover de fractie na wil denken.

De heer Van Dijk geeft aan dat Water Natuurlijk uit de voeten kan met het concept Bestuursakkoord dat nu op tafel ligt. Het wordt als positief ervaren dat de positie van de waterschappen is verstevigd en als volwaardige partner wordt erkend en dat de taak is verankerd. Toch wil het Rijk financieel een aantal zaken op de waterschappen afschuiven, bijvoorbeeld de versterking van de primaire waterkeringen. Water Natuurlijk is het eens met het standpunt van de CU/SGP dat dit echter een nationaal belang is. Water Natuurlijk is ook voor 100% verevening.

Er zijn diverse onderwerpen die in de toekomst verder uitgediscussieerd moeten worden. Transparantie is daarbij van groot belang. Water Natuurlijk wil dan ook vooraf op de hoogte worden gesteld van deze onderhandelingen, zodat de inbreng van het Algemeen Bestuur ook waardevol kan zijn en daadwerkelijk kan worden meegenomen.

De fractie Water Natuurlijk is voorstander van directe verkiezingen. Indirecte verkiezingen vindt de fractie geen goede zaak, omdat daardoor heel veel stemmen van kiezers verloren gaan doordat diverse partijen niet vertegenwoordigd zijn in de gemeenteraad. De landelijke partijen die wellicht geschrokken zijn door het succes van Water Natuurlijk proberen nu zo hun kiezers weer terug te krijgen.

Mevrouw Van Hulsentop merkt bij interruptie op, dat zij niet het idee heeft dat dit de achtergrondgedachte is voor indirecte verkiezingen. Zij vindt de redenering van de heer Van Dijk ver gezocht. Het feit dat directe verkiezingen duurder zijn dan indirecte verkiezingen zal eerder hebben meegespeeld.

De heer Van Dijk zegt vervolgens dat Water Natuurlijk vanmiddag alle fracties van een motie heeft voorzien ten aanzien van directie verkiezingen. Uit de laatste stukken blijkt echter dat de Unie van Waterschappen ook van mening is dat directe verkiezingen het beste zijn. Spreker stelt voor om de mening van het Algemeen Bestuur van Waterschap Rivierenland dan ook duidelijk uit te dragen richting de Unie. Als iedereen het daar mee eens is dan hoeft de motie ook niet te worden ingediend.

De heer Gertsen zegt dat zijn fractie zich in grote lijnen kan vinden in het concept Bestuursakkoord. Zijn fractie zou wel wat puntjes aangescherpt willen zien, zoals de herziening van het belastingstelsel. De heer Gertsen vindt dat daarmee niet te lang moet worden gewacht.

Het HWBP brengt financiële risico's met zich mee. Spreker vindt dat het HWBP niet alleen een verantwoordelijkheid is van de waterschappen en het Rijk, maar ook van de Provincies. Ook de Provincies hebben er immers belang bij dat hun inwoners droge voeten houden. Hij pleit ervoor om dat bij de Unie bespreekbaar te maken.

Verder blijft de verevening een lastig punt, aldus de heer Gertsen, en hij spreekt de hoop uit dat hier een goede oplossing voor komt.

Hij vraagt vervolgens wat het standpunt van de VNG is ten aanzien van het concept Bestuursakkoord. De heer Gertsen heeft het idee dat de VNG zich wel kan vinden in de uitgezette lijn, maar dat de gemeenten daar anders over denken. Het is in ieder geval belangrijk om met de VNG in gesprek te blijven.

Ten aanzien van de verkiezingen geeft de heer Gertsen aan dat indirecte verkiezingen goedkoper zijn, maar als de Unie van Waterschappen pleit voor directe verkiezingen dan kan het CDA zich daar ook in vinden.

De heer Vorselman is van mening dat het eerste verhaal van de Unie van Water¬schappen een nogal ronkend verhaal was. In het tweede stuk is daar wat verandering in gekomen. Dat wil niet zeggen dat de waterschappen niets hebben binnengehaald. Wat dat betreft geeft hij complimenten aan de Unie van Waterschappen. De rekening moet echter niet de pan uitrijzen.

Ten aanzien van de verevening pleit de heer Vorselman ervoor om daar eerst helderheid over te hebben, alvorens het Bestuursakkoord wordt ondertekend. Principieel gezien vindt zijn fractie echter dat de kosten voor 100% bij het Rijk zouden moeten liggen, omdat droge voeten houden een nationaal belang is. Dit lijkt echter onhaalbaar.

De fractie bedrijven maakt zich grote zorgen over de inverdieneffecten en de doel¬matigheidsopbrengsten. In het Provinciehuis werd ontzettend positief hierover gedaan, maar spreker heeft daar grote twijfels bij. De heer Vorselman ziet niet waar dat geld vandaan moet komen.

De heer Vorselman zegt het verder een goede zaak te vinden dat de herziening van het belastingstelsel voor 2014 aan de orde komt. Die datum staat ook in het concept Bestuursakkoord. Hij gaat ervan uit dat de weeffout er dan ook uit wordt gehaald.

De fractie bedrijven heeft nog wel wat vraagtekens bij de rolverdeling. Kijkend naar de rol van de Provincies is het enige wat zij inleveren het waterbeheerplan. Ze blijven wel verantwoordelijk voor alle zaken die ruimtelijke consequenties hebben. Ze kunnen daarmee net zoveel macht blijven uitoefen als voorheen.

De heer Vorselman zegt blij te zijn met het standpunt van de Unie van Waterschappen ten aanzien van de verkiezingen. Als dat nog eens goed wordt benadrukt is dat een goede zaak.

De fractie bedrijven ondersteunt de voorstellen van het CDH ook al is dat omgeven met heel wat angsten en zorgen.

De heer Bikker constateert dat de waterschappen een vinger hebben gegeven maar dat er een hand is genomen. De fractie ongebouwd maakt zich dan ook grote zorgen over de ontwikkeling zoals die nu wordt geschetst en de tekst zoals die nu is opgenomen in het concept Bestuursakkoord.

Een punt waar de fractie zich zorgen over maakt is de bijdrage van 50% in relatie tot het bedrag van 181 miljoen Euro. De heer Bikker vraagt zich af welk getal maat¬gevend is. De overheid kennende is het niet ondenkbaar dat sommige getallen heel snel aan inflatie onderhevig zijn.

De discussie over het vereveningsfonds baart de fractie ongebouwd eveneens grote zorgen. In de huidige voorstellen mag ervan uit worden gegaan dat er sprake is van 100% verevening; dat is ook het meest rechtvaardig en doet recht aan de oorspronkelijke situatie. Toch vreest de fractie dat, als hier geen helderheid over is voor het ondertekenen van het Bestuursakkoord, de waterschappen belanden in een langdurige familieruzie.

Ten aanzien van het derde HWBP merkt de heer Bikker op dat het niet helemaal duidelijk is hoe de verdeelsleutel daarop wordt toegepast. De fractie maakt dan ook een voorbehoud ten aanzien van het derde HWBP.

De weeffout in het belastingstelsel heeft de fractie ongebouwd vorig jaar reeds nadrukkelijk aan de orde gesteld. Toen is er gezegd dat alles in het werk dient te worden gesteld om een oplossing te zoeken voor deze weeffout. Een mogelijkheid zou zijn om via een AMvB een interim-oplossing te kiezen voor 2014. Een andere mogelijkheid is een combinatie van oplossingen, door bijvoorbeeld de inzet van reserves of door de verdeelsleutel nog eens tegen het licht te houden. De fractie geeft het CDH de opdracht mee dit spoor nadrukkelijk te bewandelen. Een definitieve oplossing in 2014, waar in het concept Bestuursakkoord over wordt gesproken ziet de fractie ongebouwd als een tweede stap. 1 januari 2014 is dan wel de uiterste datum, waarop een generieke oplossing moet zijn gevonden.

De heer Bikker besluit met de constatering dat de fractie ongebouwd het concept Bestuursakkoord zoals het nu voorligt niet kan ondersteunen. Toch heeft de fractie er alle hoop op dat het CDH de opmerkingen van zijn fractie zal meenemen naar de Unie van Waterschappen.

De heer Hak geeft hulde aan de Unie van Waterschappen voor de proactieve hou¬ding in de Actie Storm. Kijkende naar wat dit echter tot gevolg heeft gehad is het de vraag of het kind met het badwater niet wordt weggegooid. Als voorbeeld noemt de heer Hak de verkiezingen. De fractie natuurterreinbeheerders is groot voorstander van directe verkiezingen.

Kijkend naar het concept Bestuursakkoord dat nu voorligt raadt de heer Hak met klem aan om niet mee te gaan in een open eind financiering. Als de waterschappen al akkoord gaan met een verdeling 50% Rijk – 50% waterschappen, dan wil hij dat beperken tot een eenmalige afspraak.

Als de waterschappen akkoord gaan met 50%, dan pleit de heer Hak er wel voor om hierbij het solidariteitsbeginsel binnen de waterschappen te hanteren.

De heer Hak stemt volledig in met het pleidooi van de heer Bikker om voor 1 januari 2014 te komen tot een oplossing voor de weeffout in het belastingstelsel.

De voorzitter constateert dat er enerzijds instemming is met de brief zoals die door het CDH is opgesteld en dat er anderzijds ook nog zorgen zijn en dat het AB een aantal zaken scherper geformuleerd wil zien. Aanstaande vrijdag dient bij de Unie van Waterschappen een positie te worden ingenomen.

De algemene lijn in de discussie is dat er toch wel wat aarzeling is ten opzichte van de Actie Storm zoals die eerder is ingezet. Het aanbod van de waterschappen was om de verantwoordelijkheid voor het HWBP over te nemen. Deze eerste vinger is door het Rijk nadrukkelijk aangenomen en dat heeft de waterschappen wellicht verrast. Het is van belang om ons af te vragen wat het zou betekenen als de hand door de waterschappen weer wordt terug getrokken. De voorzitter schat in dat dit risicovol kan zijn.

De vergadering wordt geschorst.

De vergadering wordt hervat.

De voorzitter heropent de vergadering en constateert dat zowel binnen het CDH als tussen de fracties overleg heeft plaats gevonden.

Hij zegt dat de vraag moet worden gesteld wat het zou betekenen als de waterschappen niet op de ingeslagen weg door gaan. De voorzitter benadrukt dat met dit bestuurs¬akkoord in ieder geval voor de komende vier jaren duidelijkheid en rust wordt gecreëerd. Die duidelijkheid geldt zowel financieel als voor de positie, de rol en de zeggenschap van de waterschappen.

Ook het systeem van dijkversterking wordt met het ondertekenen van dit bestuurs¬akkoord een stuk handiger. Nu vindt er iedere 6 jaar een toetsing plaats en heeft de Provincie nog een belangrijke rol in de dijkversterking. Dat de Provincie zich hieruit nu terugtrekt is een goede zaak. De cyclus wordt nu meer gelijkmatig.

Ook op andere fronten trekt de Provincie zich terug. Natuurlijk blijft de Provincie op ruimtelijk gebied verantwoordelijk.

Op het gebied van afvalwater is met de gemeenten al een behoorlijk aantal bezuinigingen gerealiseerd. De volgende fase zal nog moeten worden ingevuld en dat gaat niet zo snel. Met de gemeenten moet daarover nog intensief overleg worden gevoerd.

Een kernpunt in het bestuursakkoord is het HWBP. Daar zit nog een aantal onzekerheden in maar de winst is dat het programma is benoemd tot 2016 in een andere cyclus, welke ook leidt tot minder kostenuitzettingen. Het Rijk heeft niet bezuinigd op haar bijdrage aan het HWBP. De waterschappen verdubbelen dat bedrag. Daarmee is er 360 miljoen Euro per jaar te besteden in een cyclus van 6 jaar.

De voorzitter stelt voor om af te spreken dat het bedrag van 181 miljoen tot 2016 duidelijk is en dat daarna een evaluatie plaats vindt. Als het anders dreigt te worden dan zal dat hier bij het AB terug komen.

Het bedrag van 181 miljoen Euro betekent voor Waterschap Rivierenland 5 miljoen extra aan jaarlijkse investeringen die moeten worden opgevangen.

Het punt van de verevening is voor Waterschap Rivierenland een onzekere factor omdat dit waterschap relatief veel dijken heeft. Het is van belang om op dat punt in te zetten en het CDH kiest ervoor om in te zetten op 100%. Een van de argumenten is dat dijkversterking met veiligheid heeft te maken en dat is iets wat het Rijk moet borgen voor heel het land. Daarom is ook de normering – terecht – een rijksaangelegenheid.

Het Rijk wil inzetten op een extra doelmatigheidsprikkel maar de voorzitter pleit ervoor om het vraagstuk van de verevening binnen eigen huis op te lossen. Het zou echter de zaak forceren als dit voor aanstaande vrijdag opgelost moet worden. Het CDH zet zich echter in voor 100% verevening. Een argument daarvoor is ook dat, als de waterschappen meebetalen het Rijk er toch vanuit mag gaan dat het ook zo doelmatig mogelijk gebeurt.

Het punt van de verkiezingen is in de laatste versie van het bestuursakkoord behoorlijk stevig gemarkeerd. Daar heeft vooral Water Natuurlijk landelijk voor geknokt, ook bij de Unie van Waterschappen. Het standpunt van de Unie staat helder verwoord maar uiteindelijk gaat de Tweede Kamer hierover.

De tekst in het bestuursakkoord over de herziening van het belastingstelsel en de weeffout was voor het CDH het minst bevredigend. In de brief van de Unie wordt wel een datum genoemd, namelijk 1 januari 2014 en dat is ook de datum waarop de 50% financiering van het HWBP ingaat. De volgende grote kostenuitzetting die voor de waterschappen komt is in 2014. Met de tekst van dit bestuursakkoord is het nog onzeker of er op die datum sprake zal zijn van een herziening van het belastingstelsel.

Het CDH is daarom voornemens om te kijken of voor de begroting van volgend jaar in beeld kan worden gebracht of Waterschap Rivierenland in haar kostenverdelingssystematiek ruimte heeft om iets aan die weeffout te doen. Met de Provincie zal het gesprek daarover ook worden aangegaan. De tweede stap is het innemen van het standpunt dat er een harde datum wordt gesteld voor de implementatie van het herziene belastingstelsel, waarin ook de weeffout is opgelost, namelijk 1 januari 2014, en dit te stellen als voorwaarde voor het meebetalen van 50% aan het HWBP. Hier wil het CDH komende vrijdag op inzetten bij de Unievergadering. Het CDH kan hiertoe een motie indienen waarin deze koppeling wordt gelegd. Dit komt tegemoet aan de zorgen die het AB heeft voor de kostenuitzetting.

De heer Cruijsen geeft naar aanleiding van de vraag van de LRR over de overname van dijken van het Rijk aan dat Waterschap Rivierenland reeds voor 99% de primaire waterkeringen in bezit heeft. De stukjes die nog bij Rijkswaterstaat in eigendom zijn, zijn te verwaarlozen en betreffen voornamelijk kunstwerken.

De voorzitter besluit deze termijn met de opmerking dat het belangrijk is dat er tot 2016 helderheid is. Voor de periode daarna krijgt de discussie een heel ander karakter. Wat de Actie Storm betreft, proeft de voorzitter dat de vergadering niet meer streeft naar 100% financiering.

Tweede termijn

De heer Heutink vindt het lastig om in te stemmen met de toezegging van het CDH omdat niet duidelijk is welke structuur er komt. De heer Heutink kan zich voorstellen dat er voorstellen voor de structuur komen die afwijken van de huidige situatie. Dat maakt het heel lastig om te oordelen. Voor de komende vier jaar is het begrijpelijk dat vanuit een bepaalde structuur wordt geredeneerd en kan de fractie Huis¬eigenaren zich wel vinden in het voorstel van het CDH, maar tegelijkertijd zou de fractie duidelijkheid willen over waar het om gaat als het eenmaal 2014 is.

Een ander detail uit het bestuursakkoord is het grondwaterbeheer. De fractie wil daar graag eerder duidelijkheid over zien dan in 2014. De evaluaties die dit jaar en in 2012 en 2013 uitgevoerd gaan worden vormen de basis voor hoe de situatie er na 2014 uit komt te zien. Daar moet de nodige aandacht aan worden gegeven.

In het HWBP staat verder dat het Rijk en de waterschappen in 2011 tot een voorstel zullen komen voor een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie.

Mevrouw Van Hulsentop stemt namens de fractie van de PvdA in met het voorstel van het CDH om een link te leggen tussen de datum voor de implementatie van het herziene belastingstelsel en de bijdrage aan het HWBP. Spreker zegt verder te hebben begrepen dat het CDH het punt van 100% verevening in wil brengen in de vergadering van de Unie, maar niet verschrikkelijk hard. Toch kan mevrouw Van Hulsentop zich voorstellen dat er binnen de waterschapswereld grote onenigheid kan ontstaan over dit punt.

De voorzitter beaamt dat het een gevoelig punt blijft, zeker tussen de waterschappen. Toch denkt hij dat het, zeker gezien de link die het CDH wil leggen tussen het belastingstelsel en de bijdrage aan het HWBP, wel mee zou kunnen vallen.

De heer Bikker blijft zich toch zorgen maken. De zaken die voor belang zijn voor het Rijk en de waterschappen zijn redelijk uitonderhandeld. Waar het nu nog om gaat is het vereveningsfonds. Het CDH zegt echter niet dat helderheid over de verevening als randvoorwaarde wordt gesteld voor het ondertekenen van het bestuursakkoord. De heer Bikker is het er volledig mee eens dat de opdracht om hier een oplossing voor te vinden bij de waterschappen ligt. Het zou echter een blamage zijn als het bestuursakkoord zou worden ondertekend, en er tussen de waterschappen geen overeenstemming over het vereveningsfonds kan worden bereikt. Op het moment dat de oplossing vooruit wordt geschoven bestaat het risico dat het steeds moeilijker wordt om eruit te komen. Als de waterschappen serieus een akkoord willen sluiten, dan moet ook hier overeenstemming over zijn, aldus de heer Bikker.

De voorzitter denkt dat het niet haalbaar is om hier voor de ondertekening overeenstemming over te hebben. Hij acht het ook geen goede zaak om dit proces te forceren. Als het niet lukt om er uit te komen is dat inderdaad een blamage. De voorzitter is ervan overtuigd dat de sector zich dit niet zal laten gebeuren. Niet tekenen van het bestuursakkoord is erger.

De heer Bikker geeft aan toch niet tevreden te zijn. Zijn fractie wil overeenstemming over de verevening als randvoorwaarde stellen. Dat is de basis van het geheel.

Ten aanzien van de herziening van het belastingstelsel in relatie tot de bijdrage van het HWBP kan de fractie in grote lijnen instemmen met het voorstel van het CDH. De fractie ongebouwd ziet de datum van 1 januari 2014 daarbij echt als een uiterste datum.

De heer Hak is blij met de koppeling die het CDH wil leggen tussen de herziening van het belastingstelsel en de bijdrage aan het HWBP. Spreker vindt dat het nu ook het moment is om 100% verevening als randvoorwaarde te stellen.

De heer Vorselman kan meegaan in de lijn die de heer Bikker stelt en gaat niet akkoord met een open eind financiering. Er moet overeenstemming zijn over de verevening alvorens het bestuursakkoord wordt ondertekend. Mocht die overeenstemming er niet zijn voor de ondertekening dan wil de heer Vorselman dat het in het AB terug komt.

In de andere voorstellen kan de fractie bedrijven zich vinden. De heer Vorselman vraagt nog wel of de bijdrage voor het HWBP niet beter geformuleerd kan worden als 'een verdeling van 50% Rijk – 50% waterschappen met een maximum van 181 miljoen Euro'

De heer Van Dijk kan ook meegaan in de lijn van de heer Bikker en de heer Vorselman.

De heer Gertsen sluit zich aan bij vorige sprekers. Veiligheid staat voorop, maar het CDA heeft toch ook grote moeite met het vooruitschuiven van de verevening.

De heer Van Eeuwijk constateert dat er duidelijkheid is tot 2016. Mocht het finan¬ciële plaatje tussentijds wijzigen dan komt het in het AB terug. In de Voorjaarsnota zal aan de orde komen hoe het bedrag van 5 miljoen Euro voor Waterschap Rivierenland moet worden gedekt.

Ten aanzien van de verevening kan spreker zich aansluiten bij vorige sprekers.

Ten aanzien van het repareren van de weeffout vindt de heer Van Eeuwijk het te snel gaan om hier in de Voorjaarsnota al een oplossing voor te zoeken. Er ligt al genoeg op het bordje waar in de Voorjaarsnota en de begroting rekening mee moet worden gehouden. De fractie LRR kan zich wel vinden in de harde datum van 1 januari 2014 voor de herziening van het belastingstelsel.

Wat betreft 100% financiering door de waterschappen voor dijkversterking merkt de heer Van Eeuwijk dat dit ooit zou zijn afgesproken in een eerder bestuursakkoord. Opvallend is wel dat op een onlangs gehouden thema-avond niemand zich kon herinneren dat dit ooit is afgesproken. De heer Van Eeuwijk vindt het ook veel te ver gaan.

De heer Van Eeuwijk wijst op het feit dat het waterschap meer taken krijgt en daardoor dus meer werk. Hij vraagt of dit gevolgen heeft voor de formatie. Dat zou dan ook moeten worden vertaald in de Voorjaarsnota.

Spreker vraagt tenslotte of al duidelijk is of de maatregelen uit de KRW en het NBW blijven staan of dat er bijgestuurd moet worden.

De voorzitter meldt dat dit bestuursakkoord een financieringskwestie is en niet leidt tot meer of minder personeel. Wel zal worden gekeken naar de programma's die er liggen, wat er kan worden uitbesteed en wat zelf kan worden gedaan. In de Voor¬jaars¬nota komt die discussie terug. Ook zal daarin de uitfasering van de KRW doelen terug komen.

De heer Mulder vindt dat de open eind financiering uit het bestuursakkoord moet worden gehaald. Alleen instemming met een bijdrage van 50% betekent al een substantiële lastenverzwaring jaar op jaar. Zijn fractie wil daarom duidelijkheid voordat het bestuursakkoord wordt ondertekend.

De heer Mulder vraagt zich verder af wanneer er verder wordt gepraat over de periode na 2016. Er kan wel gesteld worden dat 100% financiering door de waterschappen te ver gaat, maar als niet duidelijk is wanneer hierover wordt gepraat dan is dat ook een open einde.

De voorzitter wijst er op dat ook besturen eindig zijn, dat geldt ook voor het Rijk. Zekerheid voor de verre toekomst is moeilijk te geven.

De heer Aanen sluit zich aan bij de vorige sprekers wat betreft de verevening. Duidelijkheid hierover moet een randvoorwaarde zijn. Als dat niet lukt is er een groot financieel risico voor dit waterschap.

De heer Aanen kan zich vinden in het voorstel van het CDH om actief te zoeken naar een oplossing voor de weeffout.

Wat betreft de datum voor de implementatie van het herziene belastingstelsel geeft de heer Aanen aan dat dit, wat zijn fractie betreft, best nog wel eerder mag dan per 1 januari 2014. Hij denkt dat dit mogelijk is als de zaak ontkoppeld wordt.

Het eindperspectief dat de waterschappen voor 100% de kosten voor de dijkversterking op zich nemen zou in een document behorende bij de Actie Storm hebben gestaan. Ook voor de heer Aanen is dit een verassing. Als het inderdaad zo is, dan is er onderweg iets gebeurd, wat hem is ontgaan. Dat neemt niet weg dat zijn argumentatie in de eerste termijn overeind blijft staan, dat het opnemen van dit eindperspectief in het bestuursakkoord, voor zijn fractie onacceptabel is. Spreker vindt het principieel onjuist dat waterschappen 100% van de kosten voor de versterking van de primaire waterkeringen zouden moeten betalen.

De voorzitter zegt goed te hebben geluisterd naar het AB. Het AB kan instemmen met de voorstellen die het CDH heeft gedaan. De voorzitter wijst er nog eens op dat in de documenten van de Actie Storm echt wordt gesproken over 100% financiering door de waterschappen. Het nu voorliggende bestuursakkoord is een verwijzing naar het regeerakkoord en daarin is deze 100% financiering ook opgenomen. Wellicht is het voor de toekomst van de waterschappen van belang om zich daar nog eens goed over te beraden.

De discussie zal zich de komende tijd richten op de herziening van het belasting¬stelsel, de verkiezingen en de vereveningsdiscussie.

De vergadering heeft vanavond duidelijk aangegeven helderheid te willen in de vereveningsdiscussie, voor de ondertekening van het bestuursakkoord. Het CDH zal dit meenemen naar de vergadering van de Unie van Waterschappen van aanstaande vrijdag en zal vervolgens rapporteren wat daar uit komt.

Sluiting

De voorzitter dankt een ieder voor zijn aanwezigheid en inbreng en sluit de vergade¬ring.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van Waterschap Rivierenland d.d. 15 april 2011.

De secretaris-directeur,                                   De voorzitter,

Drs. H.C. Jongmans                                        Ir. R.W. Bleker

 

Paginafuncties

Waterschap Rivierenland
Naar boven