
Er is geen voorbeeld van de video beschikbaar
Nog niet zo lang geleden zagen rivierdijken er zó uit: smal, hoog, steil, … en gevaarlijk, want ze waren niet stabiel en braken regelmatig door.
Dat doorbreken kan op vier manieren gebeuren.
Als het water over de dijk heen stroomt, stort het met geweld naar beneden en holt de dijk langs de binnenkant uit, waardoor hij uiteindelijk doorbreekt. Om dat tegen te gaan, wordt de dijk hoger gemaakt.
Bij zware golfslag kalft de dijk aan de buitenkant af en slaat uiteindelijk het hele bovenste deel weg. Op plekken waar veel golfslag verwacht wordt, bekleedt men daarom de buitenkant met steen.
Onder de dijk neemt een waterstroom zanddeeltjes mee. Aan de binnenkant ontstaan dan wellen en onder de dijk holten. Het fundament van de dijk wordt ondermijnd, en de dijk kan doorbreken. Brede steunbermen aan de binnenkant van de dijk bieden hier een oplossing
Als de bodem uit slappe klei en veen bestaat, kan door de waterdruk het veen omhooggeduwd worden, waardoor het hele binnentalud kan afschuiven. Ook hier zijn brede binnendijkse steunbermen effectief.
De dijken van de Lek tussen Vianen en Wijk-bij-Duurstede worden in de komende jaren volgens deze principes verhoogd en verbreed.© Waterschap Rivierenland - Proclaimer