Monitoringsgegevens Overasseltsche vennen
Rapport monitoring Overasseltse en Hatertsche Vennen (2011)
Toelichting
Door de maatregelen die getroffen worden in het gebied van de Overasseltsche Vennen kunnen grond- en oppervlaktewateren veranderen. Om vast te stellen op welke plaatsen de grond- en oppervlaktewaterstanden veranderen, wordt met peilbuizen het hydrolisch systeem gemonitord.
Het overzicht van de aanwezige peilbuizen in het Vennengebied is te zien op de Situatietekeningen (pdf, 1902 Kb) .
De inactieve peilbuizen zijn locaties waar in het verleden is gemeten, maar waar dat nu niet meer het geval is. Dit is veelal omdat peilbuizen beschadigd zijn geraakt of niet meer goed functioneren.

Afbeelding 2. In het Vennengebied is sprake van meerdere waterniveau's, namelijk de grondwaterstand boven de leemlaag, de waterstand in de Vennen en de regionale grondwaterstand (ook wel stijghoogte genoemd) onder de leemlaag. Het peil in de Vennen hoeft dus niet altijd overeen te komen met de grondwaterstand (bron: B-Ware 2008).
Uitgevoerde werkzaamheden in de afgelopen maanden
De afgelopen maanden zijn alle beschikbare gegevens van de metingen van grondwater- en oppervlaktewaterstanden uitvoerig geanalyseerd. Bij deze analyse zijn alle beschikbare metingen uitgezet in grafieken om het verloop te kunnen beoordelen. Daarnaast zijn de metingen van diverse perioden met elkaar vergeleken. Het verloop van de grondwaterstanden wordt sterk bepaald door de neerslag en verdamping, waardoor verschillende jaren niet zomaar met elkaar vergeleken kunnen worden. Het ene jaar is bijvoorbeeld veel natter dan het andere jaar, waardoor ook de grondwaterstanden hoger zullen zijn. Om toch een vergelijk te kunnen maken is een statistische techniek toegepast waarbij de invloed van de neerslag en verdamping is weg gefilterd. Hierdoor is het mogelijk om een zuivere analyse te maken van het verloop van de grondwaterstand door de verschillende jaren. Hierdoor kunnen we de metingen in de periode 2000-2007 bijvoorbeeld vergelijken met de metingen 1992 - 2000.

Afbeelding 3. Voorbeeld van een grafiek van de gemeten grondwaterstand. De rode lijn geeft de grondwaterstand boven de leemlaag weer. Er is dus een groot verschil met de grondwaterstand onder de leemlaag (de groene lijn). Voor de natuur in de Vennen en voor omwonenden is met name de grondwaterstand boven de leemlaag van belang omdat dit de grondwaterstand is die invloed kan hebben op de functies aan maaiveld.
Resultaat van analyse beschikbare waarnemingen
Uit de analyse van de beschikbare metingen kan het volgende worden geconcludeerd:
- - Sinds 2008 worden de metingen automatisch uitgevoerd, waardoor een goede en bruikbare meetreeks van de huidige situatie kan worden opgebouwd. De metingen in het verleden zijn handmatig uitgevoerd, waardoor de meetfrequentie niet altijd optimaal is voor een goede analyse;
- - het gebied als geheel is op basis van de metingen in de periode 2000-2007 niet natter of droger geworden ten opzichte van de periode 1992-2000. Wel lijkt het erop dat de gemeten grondwaterstanden in de zomers na 2000 wat lager zijn dan op basis van de neerslag en verdamping verwacht wordt. Op lokaal niveau zijn hier en daar wel veranderingen opgetreden, maar deze veranderingen zijn tijdelijk of beperkt qua omvang;
- - in de metingen is geen effect zichtbaar van de beperkte bosomvorming die reeds heeft plaatsgevonden of van de opzet van de stuw bij Grave (en het Maas-Waalkanaal).
Voorstel tot verdere verbetering van het meetnet
Naar aanleiding van de analyse heeft Witteveen+Bos geadviseerd om het meetnet in een aantal gebieden verder uit te breiden. Dit zijn met name gebieden waarin clusters van woningen liggen. Door de uitbreiding van het meetnet heeft elk cluster van woningen een nabijgelegen peilbuis waaruit de grondwaterstanden kunnen worden afgelezen. Daarnaast heeft Witteveen+Bos geadviseerd om naast peilbuizen die alleen de regionale grondwaterstand (onder de leemlaag) meten ook een filter aan te brengen waarmee de lokale grondwaterstand (boven de leemlaag) kan worden gemeten.
Het aanbrengen van de extra peilbuizen en filters gebeurt in de maanden september - oktober van 2011
Vervolg
Zodra de verbetering van het meetnet is gerealiseerd, worden de gegevens op deze pagina geactualiseerd. De volgende actualisatie is ongeveer in maart 2012.
Zelf de gemeten grondwaterstand of oppervlaktewaterpeilen opzoeken?
- ga naar de site www.dinoloket.nl, via deze site worden alle metingen van grondwaterstanden ontsloten die in het verleden zijn uitgevoerd. Op deze site staan dus zowel peilbuislocaties die nog steeds worden bemeten, maar ook locaties die inmiddels niet meer worden bemeten. In afbeelding 1 is aangegeven welke peilbuizen nog actief zijn;
- kies onder het kopje DINOdata voor "grondwaterstanden: kaart";
- klik links boven de kaart op het vergrootglas met het plusje en zoom in naar het Vennengebied;
- voor een meer gedetailleerde ondergrond: zet het vinkje bij "provincies" uit en bij "satelietbeeld" aan;
- klik boven de kaart op het zwarte "i " knopje, hiermee kan per peilbuis meer informatie worden opgevraagd;
- klik daarna op de meest nabijgelegen peilbuislocatie;
- er verschijnt een apart schermpje met daarin aanvullende gegevens van de peilbuis;
- onder het tabblad "buizen"kunt u de diepte van het filter aflezen in meters ten opzichte van NAP. Dit is de diepte waarop de grondwaterstand wordt gemeten. Zie afbeelding 2. De rivierleemlaag in het gebied ligt doorgaans op een diepte van circa NAP +6,5 tot +8 m. Aan de hand daarvan kunt u bepalen of er boven of onder de leemlaag wordt gemeten. Voor de effecten naar het maaiveld zijn met name de buizen boven de leemlaag van belang. Deze leemlaag is overigens niet overal in het gebied aanwezig;
- de gemeten grondwaterstanden zijn opgenomen onder het tabblad "tijdstijghoogtelijn";
- Indien u meer wilt weten over de bodemopbouw kies dan na het binnenkomen op de site voor "boringen" in plaats van "grondwaterstanden". Op een vergelijkbare manier kunt u dan de beschikbare boorgegevens inzien;
- om de hoogte van de grondwaterstanden uit te kunnen rekenen ten opzichte van maaiveld kunt u de afgelezen grondwaterstanden vergelijken met de maaiveldhoogte nabij de peilbuis. Wilt u de grondwaterstand weten op een locatie waar geen peilbuis staat dan kunt u op ieder willekeurig punt de maaiveldhoogte ten opzichte van NAP opvragen. De maaiveldhoogte kunt u per aan te wijzen locatie aflezen op de site: www.ahn.nl, links op de pagina onder "viewer'. Om een indicatie te verkrijgen van de grondwaterstand ten opzichte van maaiveld ter plaatse zoekt u de grondwaterstand in de meest nabijgelegen peilbuis op. De afstand mag uiteraard niet te groot zijn;
- om de gemeten oppervlaktewaterpeilen op te kunnen zoeken: ga opnieuw naar de site www.dinoloket.nl en kies nu onder het kopje DINOdata voor "oppervlaktewater: kaart". Daarna kan dezelfde procedure worden gevolgd als bovenstaand is omschreven.
-