
Aanleg van de natuurvriendelijke oevers



In natte tijden wateroverlast voorkomen door het teveel aan water te bergen en kansen voor de natuur. Het waterschap wil dit onder andere bereiken door de brede sloot (watergang) en het ernaast gelegen strook land langs de Panderweg in Lienden anders in te richten. De watergang verbindt de Oude Rijn en de Linge. De traditionele rechte oever langs deze watergang wordt een 10 meter brede rietoever. Rond de stukken land komen lage dijkjes. Zo ontstaan stukken land die in natte perioden het teveel aan water bergen. Het werk is september 2005 gestart en is in het voorjaar klaar.
Het waterschap slaat met de nieuwe inrichting twee vliegen in één klap: de sloot maakt straks deel uit van de ecologische verbindingen in het rivierengebied en er ontstaat een plek voor de berging van water in het gebied tussen Lienden en Kesteren. De oevers kunnen straks 80% van het teveel aan water in dit gebied bergen. De stukken land worden zo ingericht dat ze een enkele keer per 10 jaar, gedurende een periode van één tot twee weken, vollopen. Hiervoor worden diverse gemaaltjes en stuwen aangebracht. De plannen voor de nieuwe inrichting zijn in nauw overleg de belanghebbenden en andere betrokken partijen tot stand gekomen.
De waterbergingspercelen worden zo ingericht dat ze een enkele keer per 10 jaar, tijdens een periode van één tot twee weken, vollopen. Hiervoor worden inlaat- en uitlaatwerken aangebracht (stuwen en gemalen) .
In het noordelijk en het zuidelijk perceel kan een waterkolom (boven het zomerpeil) van 20 cm respectievelijk 70 cm geborgen worden. De waterkolom in het zuidelijk perceel is groter, omdat het waterpeil kan stijgen tot het niveau van het bovenstrooms peilgebied. Tijdens deze korte periode stijgt in de waterbergingspercelen het waterpeil tot 10 á 15 cm onder het maaiveld van de aanliggende percelen. De kaden steken enkele decimeters boven het maaiveld uit, en dienen vooral om de streek een extra gevoel van veiligheid te geven.
De waterbergingspercelen worden ingericht als grasland. In het noordelijk perceel worden in de langsrichting drie greppels, in het zuidelijk perceel één greppel, aangebracht. De grond tussen de greppels wordt bolvormig vormgegeven zodat in normale omstandigheden de ontwatering gewaarborgd is.
De A-watergang vormt een onderdeel van de provinciale ecologische hoofdstructuur en is aangemerkt als model Rietzanger en model Blankvoorn. Om invulling aan model Rietzanger te geven, wordt een 10 m brede strook als rietoever ingericht. Om invulling aan model Blankvoorn te geven wordt drie stuwen in het traject Boven Linge – Oude Rijn (Marspolder) voor vissen passeerbaar gemaakt. De A-watergang, inclusief de rietoever, zal door Waterschap Rivierenland beheerd en onderhouden worden.
Voor meer informatie over dit project kunt u contact opnemen met de heer Heutink van het waterschap (0344) 649 090.
© Waterschap Rivierenland - Proclaimer

Aanleg van de natuurvriendelijke oevers

