Waterschap Rivierenland
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage > Werk in de buurt > Waterbeheer > Waterbeheerplan 2010-2015 > Nota van antwoord Waterbeheerplan 2010-2015

Nota van antwoord Waterbeheerplan 2010-2015

Publicatiedatum : 27 november 2009

Inleiding

Op 31 oktober 2008 heeft het Algemeen Bestuur van Waterschap Rivierenland het ontwerp Waterbeheerplan 2010-2015 vastgesteld. Het ontwerp-Waterbeheerplan heeft van 5 januari 2009 tot en met 16 februari 2009 de wettelijke inspraakprocedure doorlopen. Gedurende de inspraakperiode zijn 3 inloopmiddagen/ -avonden gehouden en één hoorzitting (samen met de provincie Gelderland).

In totaal hebben we 65 inspraakreacties ontvangen. Hiervan zijn 30 inspraakreacties afkomstig van particulieren. De overige reacties zijn van overheden, belangenorganisaties, natuur- en hengelsportorganisaties en waterleidingbedrijven. Gemiddeld bevat een inspraakreactie 5-6 verschillende deelreacties. Totaal gaat het dus om 397 deelreacties. De verdeling van deze deelreacties over de taakvelden van het waterschap is:

  • Waterkeringen: 44
  • Watersysteem: 346
  • Waterketen: 7

De provincie Zuid-Holland heeft een ambtelijke reactie gestuurd die niet de status heeft van officiële inspraakreactie. De provincie Zuid-Holland vindt namelijk dat de werkelijke beoordeling van het Waterbeheerplan plaatsvindt in het kader van de goedkeuringsprocedure. Deze goedkeuringsprocedure start na vaststelling van het definitieve Waterbeheerplan 2010-2015. Drie reacties zijn zowel schriftelijk als mondeling ingebracht, één reactie is in zijn geheel doorgestuurd naar de provincie Gelderland, omdat deze reactie betrekking had op het provinciale waterplan.

In de bijgaande tabel (bijlage a) zijn de ingebrachte reacties beantwoord. Bijna iedere inspraakreactie bevatte meerdere deelreacties. Deze deelreacties zijn zo goed mogelijk samengevat en vervolgens van een antwoord voorzien. Als de ingebrachte zienswijze leidt tot een wijziging in het waterbeheerplan dan is dit nadrukkelijk aangegeven. Ook wordt precies aangegeven welke tekst veranderd. Ook geven we duidelijk aan als de deelreactie niet tot een wijziging van het waterbeheerplan leidt.

In deze Nota van antwoord gaan we in op de door de insprekers ingediende inspraakreacties. De antwoorden van het waterschap op de ingediende inspraakreacties  kent de volgende typeringen:

  • wij zijn het eens met de inspraakreactie. De tekst hierover in het Waterbeheerplan is aangepast
  • de inspraakreactie leidt niet tot (tekst)wijzingen van het Waterbeheerplan.
    Iedere inspreker wordt bij de eerste deelreactie bedankt voor de ingediende zienswijze.

Alle inspraakreacties hebben we per deelreactie beantwoord en weergegeven in een tabel. Een aantal deelreacties komt meerdere keren terug. Op deze vaak terugkerende deelreacties wordt in de volgende paragrafen een algemeen antwoord gegeven. In de tabel verwijzen we naar deze algemene antwoorden.

De inspraakreacties op hoofdlijnen/ regionale keringen

Bij de inspraakreacties valt op dat:

  • er relatief veel reacties zijn van agrariërs die aangeven dat zij geen natuurvriendelijke oevers op hun perceel willen (zie ook paragraaf 3 van deze nota)
  • natuur- en milieuorganisaties aangeven dat het waterschap te weinig doet voor de natuur
  • de landbouworganisaties juist aangeven dat er teveel aandacht uitgaat naar de natuur
  • er veel reacties zijn van de drinkwaterbedrijven. Deze reacties gaan gaa net anme over de onderwerpen grondwater en oppervlaktewater voor drinkwater.

Zowel de provincie Utrecht als Zuid-Holland (in de ambtelijke reactie) stellen vragen over de termijn van realisatie van de verbeteringswerken van regionale keringen. De reactie op de zienswijze van de provincie Utrecht luidt als volgt:

‘Tijdens het bestuurlijk overleg op 10 juni 2009 is besloten om als deadline voor het op orde zijn van regionale keringen voor grondlichamen 2020 aan te houden en voor de overige delen met niet-waterkerende objecten en kunstwerken 2030. Het waterschap heeft op grond hiervan inmiddels formeel uitstel van de termijnen in het Uitvoeringsbesluit aangevraagd. Voorafgaand hieraan zal in 2010 de 'maatregelenstudie watersysteem Overwaard en Nederwaard' worden afgerond, en kan een eerste planning van de te nemen maatregelen worden opgesteld. Na de gedetailleerde toetsing van de waterkeringen in 2012 kan voor de kaden, die na uitvoering van de systeemmaatregelen niet aan de norm zullen voldoen, een gedetailleerde planning worden gemaakt. Omdat de meerjarenplanning pas in de loop van 2010 gereed zal zijn, is het nu niet mogelijk definitieve data in het waterbeheerplan op te nemen, waarop onze regionale keringen op orde zullen zijn’.

Algemene antwoorden op deelreacties Waterbeheerplan 2010-2015

De deelreacties over de onderstaande onderwerpen komen vaker terug. Daarom formuleren we een algemeen antwoord over de volgende onderwerpen:

  • Natuurvriendelijke oevers
  • Vrijwilligheid
  • Negatieve gevolgen voor bedrijfsuitoefening
  • Detailniveau


Natuurvriendelijke oevers

Een aantal, meest agrarische, insprekers hebben bezwaar tegen de aanleg van natuurvriendelijke oevers. De volgende argumenten noemen zij daarbij:

  1. Overlast door onkruid, distels en jacobskruiskruid
  2. Rommelige uitstraling
  3. Schade aan flora en fauna
  4. Botulisme
  5. Toename ganzen en daarbij behorende overlast
  6. Beperking mogelijkheden veedrenking
  7. Afname landbouwareaal/ verkleinen huiskavel
  8. Te weinig grond voor compensatie

De argumenten 1 tot en met 6 behandelen we hierna. De argumenten 7 en 8 behandelen we bij de reactie ‘Vrijwilligheid’.

Waarom natuurvriendelijke oevers?

In 2005/ 2006 is een normenstudie uitgevoerd. Deze studie ging over wateroverlast en de gevolgen van de klimaatverandering. Uit de studie blijkt dat er in het watersyteem te weinig ruimte is om de verwachte extra neerslag op te vangen. De exra neerslag leidt tot snelle en forse peilstijgingen en tot problemen voor de afvoer van water. Het waterschap zoekt de ruimte voor water in eerste instantie in het eigen waterysteem in lijnvormige elementen. Dit houdt in dat het waterschap kiest voor het verbreden van bestaande watergangen. Deze verbrede watergangen worden eenzijdig van een natuurvriendelijke oever voorzien. De verbrede watergangen gaan we in de toekomst ook meer ecologisch verantwoord onderhouden. Zo snijdt het mes aan twee kanten: de kwantitatieve wateropgave wordt gerealiseerd en de ecologische waterkwaliteit zal verbeteren. Vlakvormige elementen om de waterberging te vergroten hebben dit synergievoordeel in veel mindere mate.

De verbetering van de ecologische waterkwaliteit is ook een belangrijke eis die aan het waterschap gesteld wordt door de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Uit onderzoek is gebleken dat de aanleg van natuurvriendelijke oevers en het natuurvriendelijker onderhouden van watergangen de meest succesvolle maatregelen zijn om de ecologie van het water te verbeteren en daarmee te voldoen aan de KRW .

Overlast door onkruid, distels en jacobskruiskruid

Een tiental insprekers wijst op de problematiek dat in de eerste jaren na aanleg van een natuurvriendelijke oever er sprake is  van een verhoogde onkruiddruk. De verhoogde onkruiddruk wordt veroorzaakt doordat de gewenste natuurlijke vegetatie zich nog niet voldoende heeft kunnen ontwikkelen. Het waterschap gaat deze overlast tegen door met name in de beginperiode na aanleg extra onderhoud (een extra maaibeurt, reageren op situatie van dreigende overlast) aan de natuurvriendelijke oevers te plegen. We geven in het Waterbeheerplan nog beter aan dat we dit extra onderhoud in de beginfase van nieuwe natuurvriendelijke oevers serieus gaan oppakken. Voor de aanpak van jacobskruiskruid geldt dat dit onmiddellijk wordt verwijderd door het waterschap, zodra bekend is dat dit kruid voorkomt.

Rommelige uitstraling

Een eenmaal goed ontwikkelde natuurvriendelijke oever vergroot de landschappelijke kwaliteit. In het beheergebied van het waterschap zijn hiervan mooie voorbeelden te zien. Door een precies onderhoud in de beginfase voorkomen we een rommelige uitstraling.

Schade aan flora en fauna

Een goed ontwikkelde natuurvriendelijke oever is niet schadelijk voor planten en dieren. In tegendeel: de diversiteit van flora en fauna zal juist toenemen, waardoor een minder kwetsbaar ecosysteem zal ontstaan. Overigens werkt het waterschap bij het beheer en onderhoud van natuurvriendelijke oevers conform een landelijke gedragscode Flora en Faunawet. In die gedragscode is beschreven in welke periode en op welke wijze werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd, zodat schade aan populaties van beschermde soorten wordt beperkt.

Botulisme

Een toename van botulisme is niet te verwachten. De randvoorwaarden voor het ontstaan van botulisme is met name de temperatuur van het water. Dit verandert niet door de aanleg van natuurvriendelijke oevers.

Toename ganzen en daarbij behorende overlast

Op een aantal plaatsen in het gebied veroorzaken ganzen overlast. In enkele inspraakreacties wordt een relatie gelegd tussen de aanleg van natuurvriendelijke oevers en de toename van de ganzenoverlast. De verbreding van watergangen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers leiden niet tot een grootschalige vergroting van de overnachtingsmogelijkheden. Hiervoor is de verbreding van de watergang te gering. Een toename van de populatie van ganzen door de aanleg van natuurvriendelijke oevers is dan ook niet te verwachten.

Beperking mogelijkheden veedrenking

Bij de aanleg van natuurvriendelijke oevers door Waterschap Rivierenland houden we rekening met de mogelijkheden voor veedrenking en beregening. We brengen langs ieder perceel één of meerdere versmallingen van het ondiepe voorland aan hierdoor blijft veedrenking en beregening mogelijk.

Vrijwilligheid

De inspraakreacties over de aanleg van natuurvriendelijke oevers gaan er over dat men:

  • geen landbouwgronden wil afstaan in verband met de afname van het landbouwareaal;
  • voorziet dat er te weinig mogelijkheden zijn voor compensatie van het verloren areaal;
  • het onwenselijk vindt dat het huiskavel wordt verkleind;

Allereerst wordt hierbij opgemerkt dat het verkopen van grond door agrariërs voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers en ecologische verbindingszones op vrijwillige basis gebeurt. De agrariër kan zelf overwegen of hij/ zij het aanbod voor wat betreft prijs en/of compensatiegronden reëel vindt. Als dit niet het geval is zal het waterschap de natuurvriendelijke oever ergens anders moeten realiseren. Het waterschap verwerft in de planperiode gronden, zodat er mogelijkheden zijn voor grondruil. Een afname van het beschikbare landbouwareaal van de betreffende agrariër is dan niet aan de orde.

Het waterschap heeft een ‘Stimuleringsregeling voor aanleg van waterbergingsoevers’. Volgens deze regeling leggen particulieren en terreinbeheerders waterbergingsoevers en natuurvriendelijke oevers zelf aan. De waardevermindering die hierdoor optreedt wordt door middel van een eenmalige bijdrage door het waterschap vergoed.

Negatieve gevolgen voor de bedrijfsvoering

Een aantal insprekers geeft aan dat zij tegen alle onderdelen van het ontwerp-WBP zijn, die mogelijke negatieve gevolgen voor de bedrijfsvoering hebben. Om welke onderdelen dit gaat en waaruit de negatieve gevolgen bestaan wordt niet altijd duidelijk gemaakt. Daarom geven we op deze inspraakreactie een algemeen antwoord.

In zijn algemeenheid hebben de voorgestelde maatregelen uit het ontwerp-WBP tot doel om het watersysteem en de waterkeringen te verbeteren. De maatregelen leiden er dus veelal toe dat de gevolgen voor de bedrijfsvoering voor de meeste bedrijven uiteindelijk juist positief zijn.

Wel kan er tijdelijke overlast ontstaan als gevolg van de uitvoering van maatregelen. Deze kunnen tijdelijke negatieve gevolgen hebben voor de individuele bedrijfsvoering. Het waterschap voorkomt en/of beperkt de tijdelijke overlast altijd zoveel mogelijk. In het uiterste geval, als het voorkomen van overlast (technisch) onmogelijk is, wordt de aantoonbaar geleden schade ten gevolge van de overlast schadeloos gesteld. 

Individuele bedrijven kunnen (blijvend) nadeel ondervinden van de uitvoering van maatregelen. Ook hier geldt dat het waterschap als uitgangspunt heeft dit zoveel mogelijk te voorkomen dan wel te beperken. Indien dit in de praktijk niet mogelijk blijkt kunnen gedupeerden worden gecompenseerd. Hiervoor kent het waterschap een zogenaamde nadeelcompensatieregeling.

Detailniveau

In het Waterbeheerplan 2010-2015 is beschreven wat het waterschap de komende zes jaar wil bereiken en op welke manier. De aspecten van het beheer van waterkeringen, het watersysteem en de afvalwaterketen zijn in dit plan geïntegreerd. In een dergelijk plan wordt het beleid van het waterschap en de plannen en maatregelen die daar uit voortvloeien op hoofdlijnen beschreven. Enkele insprekers vragen om meer detailinformatie in het Waterbeheerplan op te nemen.

In een aantal gevallen is besloten de door de insprekers gevraagde nadere informatie niet op te nemen in het Waterbeheerplan 2010-2015. Dit is met name het geval als gaat om informatie die:

  • al is opgenomen in bestaande beleidsnota’s van het waterschap;
  • zal worden opgenomen in beleidsnota’s die binnenkort worden opgesteld;
  • betrekking heeft op bestaande overeenkomsten. Bestaande overeenkomsten blijven gewoon van kracht.

In de antwoorden op de inspraakreacties hebben we aangegeven in welke beleidsnota’s de nadere informatie is opgenomen of (voor nota’s die nog moeten worden opgesteld) zal worden opgenomen.

Tabel Nota van antwoord

Zie bijlage A van deze Nota van antwoord (Excel document)

 

 

 

Paginafuncties

Waterschap Rivierenland
Naar boven