De derde droge zomer op rij vroeg in het rivierengebied opnieuw het uiterste van het waterbeheer door Waterschap Rivierenland. Nu de hitte voorbij is en de oogst is gestart, keert de rust terug. Zuinig omgaan met water, beter vasthouden en slim verdelen, is de richting voor de toekomst. De beschikbaarheid van zoet water is ook in het rivierengebied niet vanzelfsprekend.

De zomer van 2020 was opnieuw droog, voor de derde keer op rij. Vooral in het voorjaar bleef regen uit, waardoor het neerslagtekort snel opliep. Mensen en machines maakten overuren. Al in april, eerder dan ooit, werd gemaal De Pannerling bij Doornenburg verlengd om in de Betuwe de Linge van water te voorzien bij lage waterstanden op de grote rivieren. Ook bij inlaatpunt Bonte Morgen bij Lienden werd een extra pomp geplaatst, omdat Rijkswaterstaat het peil verlaagde op de Nederrijn voor reparaties aan de stuw van Amerongen. Bij het Kolffgemaal in Hardinxveld-Giessendam pompten we water terug uit de Beneden-Merwede naar de Linge. Niet eerder gebeurde dat drie jaar op rij. Daarnaast werd in bijna elke regio van ons werkgebied extra water aangevoerd, vaak met extra pompen. De laatste pompen zijn nu nog in gebruik bij Dodewaard en De Pannerling.

Spaarzaam

Om spaarzaam met water om te gaan, werd het schutten op het Merwedekanaal beperkt en riepen we agrariërs op om verstandig te beregenen, in onderlinge afstemming. In juni vroegen we veehouders om schapen van kwetsbare dijken te halen, om de grasmat te ontzien.

In augustus piekte de temperatuur in een hittegolf die lokaal maar liefst twee weken duurde, met maxima van rond 35°C. Door de hoge verdamping en de massale vraag naar water waren sloten lokaal soms niet op peil te houden. Door de hoge watertemperaturen doen blauwalg en botulisme zich nog steeds voor op verschillende locaties, ook in zwemwater.

Grote rivieren

In ons werkgebied is op de meeste plaatsen water aan te voeren vanuit de grote rivieren. Daarmee onderscheidt het rivierengebied zich positief van hoger gelegen gebieden in Nederland, waar dat niet mogelijk is. Zoals ook de stuwwal bij Nijmegen en de Ooijpolder. Doordat de waterstand op de grote rivieren niet extreem daalde, bleef een beregeningsverbod uit. In 2018 was dat wel aan de orde.

Toch kwam het deze zomer ook in gebieden met aanvoer uit de rivieren voor dat sloten lokaal niet op peil te houden waren. Door een combinatie van verdamping, wegzijging, begroeiing en de grote vraag naar water.

Grenzen bereikt

Drie extreem droge zomers op rij tonen dat het waterschap de grenzen bereikt van wat lokaal mogelijk is. De beschikbaarheid van zoet water is niet vanzelfsprekend. Daarvoor is nodig dat we water zuinig gebruiken, beter vasthouden en slim verdelen. Extreem weer benadrukt dat klimaatadaptatie urgent is. Bewustwording van wat je zelf kunt doen is belangrijk, zowel in stedelijk gebied als op het platteland. Daarover voert het waterschap het gesprek bij de totstandkoming van het nieuwe waterbeheerprogramma.

Lees meer over de actuele situatie van droogte in het rivierengebied.