In 2021 stond het water twee keer hoog in de grote rivieren: in zowel de winter als de zomer. De dijken zijn klaar voor een nieuwe winter, zo blijkt uit de nieuwe veiligheidsrapportage over dijken die Waterschap Rivierenland beheert.

Het waterschap beheert 507 kilometer aan primaire keringen, de dijken langs de grote rivieren waarachter ongeveer een miljoen Nederlanders veilig wonen en werken. Alle dijken die de afgelopen jaren sterk afweken van de veiligheidsnormen die sinds 2017 gelden, worden de komende jaren versterkt via het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

Waar nodig neemt het waterschap beheersmaatregelen. Bijvoorbeeld op nieuwe dijken met een jonge en kwetsbare grasmat. Of het werk aan de dijk wordt onderbroken, zoals in juli aan de Waaldijk bij Waardenburg. Deze dijk werd tijdelijk hersteld.

Zomerhoogwater

De hoogwaters in februari en juli leidden niet tot problemen, wel tot een verhoogd risico. In januari stuwde storm Christoph het rivierwater op, maar niet boven drempelwaarden. In februari viel het hoogwater samen met vorst en sneeuwval. In juli was een zeldzaam zomerhoogwater op zowel Rijn als Maas. Het water in de Maas kwam zo hoog dat dijkbewaking startte op de Maasdijken.

Na drie hete zomers was dit jaar geen sprake van schade aan de grasmat door droogte. Wel blijft het waterschap alert op de toenemende graverij van bevers. Hun aantal groeit en daarmee ook het risico.

Hoogwater juli 2021 Nijmegen Lent
Voor de dijken was 2021 een jaar van uitersten: sneeuw en ijs in februari, zomerweer in juli. Zoals bij de Spiegelwaal bij Nijmegen-Lent.

Beheer op orde

Net als voorgaande jaren blijkt dat Waterschap Rivierenland de organisatie van het dijkbeheer op orde heeft. Voor waterveiligheid verzorgt het waterschap de crisisbeheersing en onderhoudt daarvoor een professionele organisatie en een dijkleger waarin ook vrijwilligers helpen.

Het waterschap meldt deze uitkomsten aan de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport (ILT), als toezichthouder namens het Rijk. De gehele rapportage leest u hier.