Natuur vennengebied is aan het herstellen         

Samen met de Provincie Gelderland, Staatsbosbeheer, de gemeenten Wijchen en Heumen werkte Waterschap Rivierenland de afgelopen vijf jaar aan maatregelen tegen de verdroging van het Overasseltse en Hatertse vennengebied. Op 3 december, tijdens de presentatie van de onderzoeksresultaten, laten deze maatregelen een positief effect zien op het waterpeil in de vennen. Het gemiddelde venpeil van de centraal gelegen vennen is met vijf à tien cm gestegen. Tegelijk is de heideontwikkeling in het gebied op veel plekken succesvol. De natuur is aan het herstellen. Het gebied gaat gezonder de toekomst in.

Het vennengebied

Bijzonder aan dit gebied zijn de ruim dertig vennen die grotendeels regenwatervennen zijn. Door verdroging van het Overasseltse en Hatertse vennengebied dreigden de vennen en de vochtige heide te verdwijnen. Daarmee stond de biodiversiteit in het vennengebied onder druk en moesten maatregelen getroffen worden om de afvoer en verdamping van water terug te dringen. Sloten zijn gedempt en 35 hectare naaldbos rond de vennen is gekapt. De vennen en heideterreinen zijn met elkaar verbonden om de verspreiding van dieren als levendbarende hagedis en venwitsnuitlibel te stimuleren.

Monitoring

Bij het besluit tot uitvoering van de maatregelen werd ook besloten tot onderzoek om de resultaten goed te volgen. Een vijf jaar durende wetenschappelijke monitoring door Staatsbosbeheer en het waterschap naar het grondwater, venpeil en heideontwikkeling volgde.

Resultaten

De fluctuatie van de venpeilen nam bijna overal af, dat is gunstig voor de natuur. In de centraal gelegen vennen is het waterpeil dus gestegen. Metingen tonen ook een verhoging van het grondwater in het midden van het natuurgebied en een verlaging van het grondwater in de rand. Dat is in bijvoorbeeld twee vennen aan de rand van het natuurgebied ook in het peil af te lezen, daar zakte het iets. Het gaat om het Oude Rakenbergven en Roelofsven-zuid.

Doordat vooraf ingespeeld is op de mogelijke gevolgen voor de omwonenden, hebben de peilveranderingen in het vennengebied uiteindelijk geen nadelige gevolgen voor hen gehad. Uit de onderzoeksresultaten blijkt daarnaast dat de waterkwaliteit gelijk is gebleven. Dat betekent dat enkele vennen nog steeds te zuur zijn. Dat heeft een negatieve invloed op de biodiversiteit.

Op veel plekken in het gebied is de heideontwikkeling succesvol en nog in volle gang. Na vijf jaar is bosopslag en braam beperkt aanwezig en op alle voormalige kapvlakten zijn struikheide, dopheide en heideflora onderweg om de grond te bedekken. Dankzij de heideontwikkeling zijn alle geplande verbindingszones tussen vennen en heide-enclaves gerealiseerd.

Toekomst          

Het gebied wordt in de toekomst in haar huidige vorm beheerd. Waarbij projecten als het uitbaggeren van vennen en de voortzetting van begrazing met een schaapskudde noodzakelijk zijn voor het handhaven en verbeteren van de kwaliteit. De ontwikkeling van de vennen en het natuurgebied wordt de komende vijf gevolgd. Ook de afstemming met de omgeving, onder andere met het Vennenplatform, blijft in de toekomst van groot belang.

Tussen het Eendenven en Kersjesven: vóór de maatregelen, vlak na het nemen van de maatregelen en zes jaar later (2019). Fotograaf: Jacqueline van den Boom

Ven Uivernest: vóór de maatregelen, vlak na het nemen van de maatregelen en zes jaar later (2019). Fotograaf: Jacqueline van den Boom