Na het hoogwater van februari vonden dijkbeheerders van Waterschap Rivierenland op acht locaties beverholen in dijken. Dat zijn er meer dan in eerdere jaren met hoogwater. Sommige holen zijn meters diep. Het waterschap herstelt de schade.

Met name in de Betuwe zochten bevers een goed heenkomen. Zeker op de plekken waar het water hoog tegen de dijken stond en de ondergelopen uiterwaarden dicht vroren. Op acht locaties werden beverholen aangetroffen in de dijk, zowel aan de land- als aan de rivierzijde. De diepste holen gingen ruim vijf meter de dijk in. Deze holen werden uitgegraven in de omgeving van Lent en Oosterhout aan de Waal. Door graverij kan een dijk uitspoelen en verzwakken, precies op het moment dat de dijk zijn werk moet doen.

Het uitgraven van beverholen in de Waaldijk.
bever Lent
Bever bij de Waaldijk in Lent, tijdens hoogwater en vorst in februari.

Meer bevers

Het waterschap verwacht dat door klimaatverandering de weersextremen toenemen, met als gevolg vaker hoogwater. Daarom versterken we onze dijken. Tegelijk neemt het aantal bevers toe. De beschermde bever is de bekroning op de ontwikkeling van de Nederlandse riviernatuur. De bever doet het goed langs de grote rivieren. Steeds vaker zien we de bever ook binnendijks in landelijk en zelfs in stedelijk gebied.

Een nestkamer in een beverhol, meters diep in de dijk.

Beverprotocol

Om zorgvuldig om te gaan met de bever gebruikt het waterschap het beverprotocol. Dit protocol beschrijft de werkwijze en de maatregelen; die beginnen klein en kunnen steeds verder gaan. Een eerste stap kan zijn het verwijderen van begroeiing zodat de locatie voor de bever onaantrekkelijk wordt, tot uitgraven en dichten van gangen in dijken of het verwijderen van dammen uit sloten. Waar het waterschap schade herstelt, worden ook preventieve maatregelen overwogen, zoals het ingraven van steen of gaas tegen nieuwe graverij.