De dijken in het rivierengebied zijn op orde voor de winter, het seizoen voor hoogwater. Ook de droge zomer van 2020 eindigde op tijd. Dat blijkt uit de nieuwe veiligheidsrapportage over de dijken die Waterschap Rivierenland beheert.

Het waterschap beheert 507 kilometer aan primaire keringen, de dijken langs de grote rivieren waarachter ongeveer een miljoen Nederlanders veilig wonen en werken. Alle dijken die de afgelopen jaren sterk afweken van de veiligheidsnormen die sinds 2017 gelden, worden de komende jaren versterkt via het Hoogwaterbeschermingsprogramma. De aandachtspunten voor het nieuwe hoogwaterseizoen, bijvoorbeeld waar aan de dijk wordt gewerkt, zijn beheersbaar met standaard maatregelen.

Derde droge zomer

Gras is de eerste bescherming van de dijken. 2020 was een jaar zonder oplevering van dijkversterkingen, dus nergens is de grasmat zo jong dat extra bescherming nodig is. Wel had de grasmat soms te leiden van de derde droge zomer op rij. Maar vrijwel overal herstelde het gras op tijd. Dijkbewaking vanwege droogte was niet nodig.

Hoog stonden de rivieren wel, wekenlang in februari en maart. Bovendien stuwde storm Ciara in februari het water op vanaf zee, waardoor bijvoorbeeld voor het eerst de Noordwaard mee ging stromen naar de Biesbosch. Maar het water kwam nergens zo hoog dat dijkbewaking nodig was.

Beheer op orde

Net als voorgaande jaren, blijkt dat Waterschap Rivierenland de organisatie van het dijkbeheer goed op orde heeft. Waterschap Rivierenland verzorgt voor waterveiligheid de crisisbeheersing, onderhoudt daarvoor een professionele organisatie en een dijkleger waarin ook 180 vrijwilligers helpen. Eerder in december oefenden zij de dijkbewaking met corona-maatregelen.

Het waterschap meldt deze uitkomsten aan de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport (ILT), als toezichthouder namens het Rijk.