Bronneren en - of saneren

Beschrijving

Voor werken en werkzaamheden in, op en in de buurt van wateren, waterkeringen en wegen die in beheer van Waterschap Rivierenland zijn, heeft het waterschap regels opgesteld. Deze regels zijn in de verbodsverordening van het waterschap, de Keur Waterschap Rivierenland 2014, uitgewerkt. De keur geeft het waterschap de grondslag voor het stellen van eisen aan werken en werkzaamheden in, op en in de buurt van wateren, waterkeringen en wegen.

Voor dit soort werken en werkzaamheden is een vergunning van het waterschap nodig. Voor een groot aantal veel voorkomende werken en werkzaamheden is een schriftelijke melding voldoende. Het waterschap heeft hiervoor zogenoemde algemene regels opgesteld.

Wilt u bronneren en/of saneren? Dan hebt u toestemming nodig van het waterschap. Als u voldoet aan de criteria en voorwaarden van algemene regel GW1 voor bronneren en/of algemene regel GW3 voor saneren, kunt u volstaan met een melding.

Indien dit niet het geval is, zult u een watervergunning moeten aanvragen. Een dergelijke aanvraag zal worden getoetst aan de Keur Waterschap Rivierenland 2014 en de bijbehorende beleidsregel 5.17.

Kosten

Voor de behandeling van een melding worden geen kosten in rekening gebracht.
Aan het in behandeling nemen van een vergunningsaanvraag zijn wel kosten (leges) verbonden. Deze kosten zijn gebaseerd op de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel (zie Regelgeving).

Bijzonderheden

Bronneren

De risico’ s van de onttrekking zijn sterk aan de locatie gebonden. Hierdoor is het onwenselijk om voor het gehele beheergebied dezelfde vrijstellingscriteria te hanteren. Gekozen is voor een gebiedsbenadering. Hierbij wordt onderscheidt gemaakt in: A-gebieden (provinciale milieu- en waterbeschermingsgebieden), B-gebieden (klei en zandgebied) en C-gebieden (veen-weide gebieden). De A-gebieden zijn gebieden met de grootst mogelijke bescherming. In deze gebieden is voor iedere bouwputbemaling een vergunning nodig. De algemene regel is in deze gebieden dan ook niet van toepassing. De B- en C-gebieden behoeven minder bescherming dan A-gebieden.

Saneren

Grondwateronttrekkingen voor grondwatersaneringen worden veelal voor een langere duur met een lag debiet uitgevoerd. De kans op onherstelbare schade aan de omgeving is daarom zeer beperkt. De relevante belangen kunnen in dit geval voldoende worden gewaarborgd door het stellen van algemene regels. De onttrekking van grondwater is noodzakelijk voor het verwijderen van de grondwaterverontreiniging. Voor het beheer van het grondwater is het echter belangrijk dat de onttrekking niet groter is dan noodzakelijk. Gekozen is voor een gebiedsbenadering waarbij alle gebieden zijn vrijgesteld van vergunningsplicht met uitzondering van de gebieden die deel uitmaken van een milieubeschermingsgebied volgens de Provinciale Milieuverordening van de provincie Zuid-Holland of een beschermingsgebied volgens de waterverordening van de provincie Noord-Brabant, voor zover de onttrekking niet meer bedraagt dan 20 m³ per uur en niet langer duurt dan 10 jaar. Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden zal worden uitgevoerd, kan met het waterschap in overleg worden getreden over een mogelijke watervergunning.

Uitwisseling grondwater

Uitwisseling van grondwater uit de diverse watervoerende pakketten is ongewenst. Tijdens de aanleg van de voorziening(en) voor de grondwateronttrekking, tijdens het beheer van de voorziening en na beëindiging van de grondwateronttrekking moet worden voorkomen dat uitwisseling van grondwater kan plaatsvinden. In de praktijk zal bij het doorkruisen van een scheidende laag veelal gebruik worden gemaakt van zwelklei om deze uitwisseling van grondwater te voorkomen. Het SIKB heeft het protocol Mechanisch boren (protocol 2101) opgesteld. Het protocol is te raadplegen via: www.sikb.nl

Zorgplicht

De onttrekking van grondwater kan nadelige gevolgen voor de omgeving veroorzaken. Denk hierbij aan schade aan de landbouw(opbrengst), schade aan natuurgebieden (verdroging), verplaatsing van grondwaterverontreinigingen, schade aan bouwwerken als gevolg van zetting en negatieve beïnvloeding op overige grondwateronttrekkingen (in het bijzonder bodemenergiesystemen). Degene die de onttrekking verricht, heeft de verplichting om deze nadelige gevolgen te inventariseren, te voorkomen en als dat niet mogelijk is zo veel mogelijk te beperken. Denk hierbij aan het staken van de onttrekking of het treffen van compenserende maatregelen. Verder informeert degene die grondwater onttrekt het bestuur zo spoedig mogelijk over de geconstateerde nadelige gevolgen en de te treffen of getroffen maatregelen.

Meten en rapporteren

Op grond van artikel 6.11, tweede lid, van het Waterbesluit moet degene die grondwater onttrekt per kwartaal meten hoeveel grondwater is onttrokken. Deze meting moet geschieden met een nauwkeurigheid van 95%. De resultaten van deze meting moeten uiterlijk op 31 januari van ieder jaar of, indien de onttrekking is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, aan het bestuur worden opgegeven.

Dit is  slechts een beknopte weergave van de beperkingen en mogelijkheden m.b.t. bronnering en sanering. Voor uitgebreide informatie verwijzen wij u naar (de toelichting op) algemene regels GW 1. ‘Bouwput, sleuf en proefbemaling en grondsanering’, GW 3. ‘Grondwatersanering’ en beleidsregel 5.17: ‘Grondwateronttrekkingen’.

Aanpak

Voldoet u aan de criteria en voorwaarden?

Dan volstaat een melding bij het waterschap. Minimaal twee weken voor de start van de werkzaamheden meldt u uw werkzaamheden bij het waterschap. 

Voldoet u niet aan de criteria en voorwaarden?

Vraag dan een watervergunning aan. 

Omgevingsloket online

U moet uw aanvraag voor een watervergunning of melding indienen via het Omgevingsloket online (OlO). Wie twijfelt of een vergunning- of meldplicht van toepassing is, kan dit uitzoeken in de ‘vergunningcheck'. Is voor een activiteit zowel een omgevingsvergunning als een watervergunning nodig? Dan kan via het loket een ‘geïntegreerde' aanvraag worden ingediend.

Het waterschap denkt met u mee

Vaak is het verstandig vooraf te overleggen met het waterschap; dat bevordert een vlotte afhandeling. In geval van twijfel: neem altijd contact op met de afdeling Vergunningen van Waterschap Rivierenland  (telefoon: 0344 - 649 494; email: vergunningen@wsrl.nl). Medewerkers van het waterschap denken graag met u mee over wat in uw situatie de beste oplossing is.