Natuurvriendelijke oevers aanleggen

Beschrijving

Voor werken en werkzaamheden in, op en in de buurt van wateren, waterkeringen en wegen die in beheer van Waterschap Rivierenland zijn, heeft het waterschap regels opgesteld. Deze regels zijn in de verbodsverordening van het waterschap, de Keur Waterschap Rivierenland 2014, uitgewerkt. De keur geeft het waterschap de grondslag voor het stellen van eisen aan werken en werkzaamheden in, op en in de buurt van wateren, waterkeringen en wegen.

Voor dit soort werken en werkzaamheden is een vergunning van het waterschap nodig. Voor een groot aantal veel voorkomende werken en werkzaamheden is een schriftelijke melding voldoende. Het waterschap heeft hiervoor zogenoemde algemene regels opgesteld.

Wilt u een natuurvriendelijke oever aanleggen? Dan hebt u toestemming nodig van het waterschap. Als u voldoet aan de criteria en voorwaarden van algemene regel WT11 en de bijbehorende principetekening 13, kunt u volstaan met een melding.

Indien dit niet het geval is, zult u een (water)vergunning moeten aanvragen. Een dergelijke aanvraag zal worden getoetst aan de Keur Waterschap Rivierenland 2014 en de bijbehorende beleidsregels (met name paragraaf 3.3.3 Natuurvriendelijke oevers en beleidsregel 5.14 Het (ver)graven van (nieuwe) oppervlaktewaterlichamen.

Kosten

Voor de behandeling van een melding worden geen kosten in rekening gebracht.
Aan het in behandeling nemen van een vergunningsaanvraag zijn wel kosten (leges) verbonden. Deze kosten zijn gebaseerd op de legesverordening en de bijbehorende tarieventabel (zie Regelgeving).

Bijzonderheden

Vanuit waterhuishoudkundig oogpunt hebben wateren vooral een functie voor de afvoer, aanvoer en/of berging van water. Ook hebben wateren een ecologische functie. Algemeen uitgangspunt bij de beoordeling van aanvragen voor een watervergunning voor werken/werkzaamheden in of nabij wateren is dan ook dat de functie van het water voor de afvoer, aanvoer en/of berging van water of de ecologie niet in gevaar komt.
Het aanleggen van een natuurvriendelijke oever betreft vanuit waterhuishoudkundig oogpunt een relatief eenvoudig werk. De relevante waterhuishoudkundige belangen, zoals het behoud van het doorstroomprofiel en de bescherming van het talud tegen uitspoeling, worden gewaarborgd door het stellen van voorwaarden. De criteria en voorwaarden hebben met name betrekking op de inrichting van de natuurvriendelijke oever waarmee wordt beoogd een interessante habitat te creëren voor diverse flora en fauna.
Oppervlaktewaterlichamen langs een weg of waterkering worden uitgesloten van deze algemene regel, omdat het verflauwen van het talud een negatieve invloed kan hebben op de sterkte van de oever en de functie die deze vervult voor het naastgelegen perceel. Indien de criteria niet of niet volledig van toepassing zijn of indien u het voorgenomen werk in afwijking van de voorwaarden wil uitvoeren, kunt u hiervoor geen melding doen. Wellicht is het wel mogelijk hiervoor een watervergunning te krijgen. Wij raden u aan in dat geval contact op te nemen met het waterschap.

Bij de beoordeling van aanvragen voor een watervergunning wordt onder meer gekeken naar de volgende waterhuishoudkundige aspecten:
a.         behoud van de doorstroomcapaciteit van het water
b.         behoud van de bergingscapaciteit van het water
c.         het effect op de ecologie
d.         de onderhoudsmogelijkheden
Uitvoering van de aangevraagde werken mogen niet leiden tot achteruitgang van de huidige situatie.

Om (machinaal) onderhoud aan wateren met natuurvriendelijke oevers goed uit te kunnen voeren, gelden de volgende eisen:
-  de vereiste beschermingszone (ten behoeve van machinaal onderhoud) kan worden 
   gecombineerd met het talud, indien het bovenwatertalud 1:6 of flauwer is en
-  de natuurvriendelijke oever moet goed toegankelijk zijn voor onderhoudsmaterieel;
-  de beschermingszone moet een breedte hebben van minimaal 5,00 meter, gerekend vanaf 
   een niveau van 0,30 meter boven het zomerpeil of boezempeil;
-  bij toepassing van een plas-draszone moet een beschermingszone van minimaal 4 meter 
   breed langs de natuurvriendelijke oever beschikbaar zijn.

 (Zie ook Voorbeeldtekeningen)

Aanpak

Voldoet u aan de criteria en voorwaarden?

Dan volstaat een melding bij het waterschap. Minimaal twee weken voor de start van de werkzaamheden meldt u uw werkzaamheden bij het waterschap. 

Voldoet u niet aan de criteria en voorwaarden?

Vraag dan een watervergunning aan.

Omgevingsloket online

U moet uw aanvraag voor een watervergunning of melding via het Omgevingsloket online (OlO) indienen. Wie twijfelt of een vergunning- of meldplicht van toepassing is, kan dit uitzoeken in de ‘vergunningcheck'. Is voor een activiteit zowel een omgevingsvergunning als een watervergunning nodig? Dan kan via het loket een ‘geïntegreerde' aanvraag worden ingediend.

Het waterschap denkt met u mee

Vaak is het verstandig vooraf te overleggen met het waterschap; dat bevordert een vlotte afhandeling. In geval van twijfel: neem altijd contact op met de afdeling Vergunningen van Waterschap Rivierenland  (telefoon: 0344 - 649 494; email: vergunningen@wsrl.nl). Medewerkers van het waterschap denken graag met u mee over wat in uw situatie de beste oplossing is.