In het oppervlaktewater van de Alblasserwaard neemt de verzilting toe. Dit speelt vooral in het westen van de Alblasserwaard, rond Streefkerk, Nieuw Lekkerland, Oud Alblas en Alblasserdam. Bij Kinderdijk meet Waterschap Rivierenland verhoogde zoutgehaltes (concentraties chloride).

Water in sloten en vaarten in de Alblasserwaard is hierdoor minder geschikt voor veedrenking. Verder kan het beregenen van boomgaarden, aardappels en maïs met oppervlaktewater zorgen voor zoutschade.

Door de droogte staan de rivieren lager. En dringt het zout van de zee door in onder andere de Lek. Vanuit de Lek bij Kinderdijk laten wij water de Alblasserwaard in. Dat is noodzakelijk om het waterpeil in sloten, vaarten en boezems op peil te houden. Handhaven van het waterpeil is ook van groot belang voor het veenweidegebied en de boezemkades.

Vanwege de verhoogde zoutgehaltes nemen wij wel maatregelen. Zo laten wij bij Kinderdijk nu minder water in. In het oosten en zuiden van de Alblasserwaard laten wij juist meer water in. Hiermee proberen wij het zoutgehalte niet verder te laten oplopen.