Ivo heeft 46 jaar ervaring in muskusrattenbeheer: van vader op zoon, van motor naar moderne techniek.

Ik ben er trots op dat we die populatie zo ver hebben teruggebracht. Van zulke grote aantallen naar zo laag. Door samenwerken... en doorzetten.

Ivo werkt al 46 jaar bij Muskusrattenbeheer Rivierenland (sinds kort Faunabeheer Water) en gaat aan het einde van dit jaar met pensioen. In die tijd zag hij het werk ingrijpend veranderen. Wat bleef, is de kern: kijken, volhouden en samenwerken. Het is een vak dat in zijn familie zit. “Mijn vader begon in 1953,” vertelt Ivo. “Ik ben ermee opgegroeid. Ik weet niet anders.”

De beginjaren van zijn vader zijn voor Ivo bijna niet voor te stellen. “Ze gingen op de motor. In weer en wind. Met een lange leren jas en een paar klemmen. Handschoenen hadden ze niet. Mijn moeder stopte kranten onder zijn jas tegen de kou.” Het werk was zwaar. Lange dagen, veel lopen en nauwelijks bescherming. “Dan reed hij tientallen kilometers in de winter, liep langs het water, helemaal nat en bezweet, en moest daarna weer terug op de motor. Dat was echt afzien.” 

Leren kijken in het vak

Voor Ivo voelde het werk vanzelfsprekend. “Ik heb nooit anders gekend.” Rond zijn twintigste solliciteerde hij en ging hij aan de slag in de Betuwe. In die tijd waren de aantallen ratten nog hoog. “Mijn top was 149 ratten op één dag. Dat kun je je nu bijna niet meer voorstellen.” Dat beeld is inmiddels totaal veranderd. “Afgelopen jaar nog geen handvol. Onze doelstelling is nul. Zo weinig mogelijk vangst betekent dat je het goed doet.” 

De kern van het vak zit niet in de middelen, maar in het kijken. “Als jij langs een sloot loopt, zie je ook dingen. Maar ik zie aan kleine signalen wat er speelt. Dat kan vraat zijn, sporen, iets in het water dat net anders is.” Dat leer je niet uit een boek. “Je moet erop gewezen worden. En daarna ga je het zelf zien. Dat is ervaring.” 
 

Het kantelpunt: samenwerken en beter ondersteunen

Een van de grootste veranderingen zit niet alleen in techniek, maar in hoe het werk wordt georganiseerd. Vroeger werkte iedereen vooral op zijn eigen gebied. “Je had je eigen stuk. Samenwerken was eigenlijk niet de bedoeling.” Volgens Ivo kwam de echte verandering toen er anders werd gekeken naar het werk. “Er werd gevraagd: wat hebben jullie nodig om die populatie omlaag te krijgen?” Dat was voor hem het kantelpunt. “Toen kwam er ruimte voor samenwerken. En werden we daar ook in gefaciliteerd.” Sindsdien is er veel bij gekomen: quads, speurhonden, nieuwe technieken zoals e-DNA, drones, een app en bovenal: betere afstemming tussen collega’s. “Je kunt het niet alleen. Anders haal je die nul nooit.”
 

Een vak in beweging

De verschillen met vroeger zijn groot. Toen Ivo begon, was het simpel: “Laarzen, een stok en een snoeischaar. Meer was het niet.” Nu is er veel meer mogelijk. “Als iets helpt om beter of sneller te werken, dan wordt het geregeld.” Ook de manier van samenwerken is veranderd.  “Met de app zie je waar je collega is geweest en je ziet speurlijnen. Dat maakt het werk veel makkelijker.” Waar eerst twijfel was over dat soort middelen, is dat verdwenen. “We zijn daar gewoon in meegegroeid.”

Dat de aantallen zo laag zijn, betekent niet dat het werk klaar is. “Als je een paar jaar niks doet, zijn ze zo weer terug.” Blijven kijken en controleren blijft dus nodig. “Je moet je gebied meerdere keren per jaar zien. Alleen zo houd je het onder controle.”

Trots op drie generaties vakmanschap

Aan het einde van zijn loopbaan kijkt Ivo met trots terug. Niet alleen op zijn eigen werk, maar op dat van generaties. “Dat we die populatie zo ver hebben teruggebracht. Van zulke grote aantallen naar zo laag.” Voor hem is duidelijk waardoor dat komt. “Door samenwerken. En doorzetten.” Het vak zit inmiddels in drie generaties van de familie. “Mijn zoon heeft ook nog een aantal jaren meegewerkt. Hij controleerde kooien en hielp waar nodig.” Het vak is volledig veranderd, maar de kern niet. “Je moet het leren zien,” zegt Ivo. “En als het niet lukt, moet je blijven zoeken. Opgeven is geen optie.”
 

En het vak blijft zich snel ontwikkelen. Naast nieuwe kennis en innovaties richt het werk zich inmiddels niet meer alleen op muskusratten, maar op meerdere risicodieren in en rond het water. Een voorbeeld daarvan is de bever. 

Met die reden veranderde Muskusrattenbeheer Rivierenland op 1 juli 2026 van naam naar Faunabeheer Water. 

Lees meer over de nieuwe naam