Maaien is belangrijk. Daarmee voorkomt Waterschap Rivierenland dat sloten en weteringen dichtgroeien en wateroverlast ontstaat. Bij droogte kan er voldoende water worden aangevoerd. Op dijken is het belangrijk dat de grasmat sterk is. Tegelijk zijn sloten en dijken het leefgebied van flora en fauna, het waterschap wil de biodiversiteit bevorderen.

Dijken: gezonde grasbekleding

Waterschap Rivierenland beheert honderden kilometers waterkeringen. Deze dijken zorgen in de eerste plaats voor veiligheid tegen overstromingen. Om de dijk te beschermen tegen stromend water en golven is een goede grasmat nodig met een sterk wortelstelsel. De wortels houden de grond bij elkaar. We spreken wel over gras, maar op een paar vierkante meter kunnen tientallen plantensoorten groeien.

Sterke wortels ontstaan als het gras gezond is en goed wordt onderhouden. Doe je dat niet, dan kan gras verstikken en kunnen wortels afsterven. Of er komen soorten op die we niet op de dijk willen, zoals bomen en struiken. Daarom maaien we de dijken elk jaar één of twee keer. We voeren het maaisel af. Op die manier wordt telkens ook een beetje voeding uit de grond afgevoerd, dat zit immers in het gras.

Daardoor gebeurt iets bijzonders. Wanneer er minder voeding in de grond zit, kunnen er meer bijzondere soorten grassen en planten komen. En die bieden weer een prachtige leefomgeving voor insecten op de dijken.

Graszode met wortelstelsel.

Dijken als leefgebied voor insecten

Dijken vormen mooie leefgebieden voor insecten. Dijken lopen over lange afstanden door het landschap, ze vormen een lang lint als leefgebied. Of als ‘verbindingsweg’ voor insecten die een nieuw leefgebied zoeken.

Daarnaast hebben de dijken schuine hellingen met steeds een andere positie ten opzichte van de wind en de zon. Een zuidhelling krijgt meer zon en wordt eerder warm, een noordhelling is juist koeler. Verschillende soorten profiteren hiervan.

Tot slot staan er op de dijk vaak plantensoorten die niet in de omgeving groeien. Omdat in die omgeving woningen staan, of weilanden liggen met minder soorten.  Bepaalde planten groeien bijna alleen op de dijken in het rivierengebied.

Deze combinatie van lengte, ligging en plantensoorten is uniek. Insecten vinden zo een gebied om voedsel te vinden, om zich te verschuilen tegen roofdieren en om zich voort te planten. En er zijn insecten die daarvoor niet alleen de dijk gebruiken, maar ook de omgeving van de dijk. Daar staan immers weer andere plantensoorten.

Het waterschap zorgt al heel lang dat de grasmat sterk blijft en een plek biedt voor insecten. Al sinds de jaren ’80 van de vorige eeuw houden we bij dijkversterkingen rekening met de aanleg of ontwikkeling van bloemrijke dijken. Sinds die tijd maaien we het gras en voeren we het consequent af. Dat levert op de dijk steeds meer plantensoorten op.

Dijken en kades werden tot 2020 doorgaans twee keer per jaar gemaaid. De eerste maaibeurt tussen 15 juni en 1 juli, de tweede maaibeurt tussen 1 september en 15 september. Sinds 2020 knippen we de eerste maaibeurt in twee fasen, waarbij het ene talud al in mei en het tegenoverliggende talud voor 15 juli wordt gemaaid. Planten die vroeg worden gemaaid, kunnen weer uitgroeien en bloeien rond de zomer. Insecten hebben zo altijd een plekje. En de dijk blijft sterk voor de veiligheid. Bij de tweede maaibeurt in september wordt alles ‘tegelijk’ gemaaid.

Dit is niet overal in het gebied al ingevoerd. Omdat we contracten met uitvoerders moeten aanpassen, duurt de uitrol van deze aanpak een paar jaar. En er blijven dijken die we om bepaalde redenen anders maaien.

Uitvoering gebeurt met inachtneming van de Wet Natuurbeheer. Wij doen dat met behulp van een ecologisch werkprotocol. Hierin staat ook beschreven hoe we met bijzondere diersoorten willen omgaan tijdens het onderhoud. Ook dijkbewoners en agrarische gebruikers onderhouden eigen dijkpercelen. Controle op dit onderhoudt vindt plaats in de 'schouw'.

De komende jaren wil het waterschap meer variatie en maatwerk leveren voor biodiversiteit.

En er zijn nog meer maatschappelijke voordelen. Insecten dragen bij aan de bestuiving van fruitbomen. Bepaalde insecten voeden zich met andere insecten die een nadeel zijn voor de landbouw, zo zijn er zweefvliegen die als larve bladluizen eten. En u geniet van de prachtige dijklinten.

Meer achtergronden van ons dijkbeheer en biodiversiteit lees je hier.
 

 

Sloten en weteringen

Als watergangen (sloten) dichtgroeien, belemmert dat de aanvoer en afvoer van water. Dat kan voor problemen zorgen, bijvoorbeeld bij wateroverlast door hevige regenval. Daarom maaien we de watergang en de oevers. Maaien moet dus, maar wel met beleid.

Want het waterschap is er voor zowel droge voeten als voor een goede ecologische waterkwaliteit en biodiversiteit. Daarvoor heb je waterplanten juist nodig. Daarom maaien wij alleen waar het nodig is en met respect voor de flora (planten) en fauna (dieren).

A-, en overige watergangen

Elk water in ons gebied heeft een andere status. Deze status (A, A gedeeld onderhoud, B of C) hangt af van de hoeveelheid water die een sloot afvoert. De belangrijkste sloten (A) onderhoudt het waterschap zelf. Dit is zo’n 4.400 kilometer. Voor de overige watergangen geldt dat de eigenaren van de aangrenzende grond verantwoordelijk zijn voor het onderhoud. Jaarlijks worden deze 'overige watergangen' door ons gecontroleerd (de schouw). Wanneer wij controleren en voor welke watergangen dat geldt leest u hier.

Waar en wanneer we de A-watergangen maaien

Om het maaionderhoud doelmatig, effectief en efficiënt te kunnen uitvoeren wordt er gewerkt met uniforme onderhoudspakketten. De pakketten zijn zo opgesteld dat er voldoende flexibiliteit is om het onderhoud te optimaliseren, maatwerk te leveren en waar nodig te anticiperen op veranderende omstandigheden.

Weergave van de onderhoudspakketten.

We huren deels aannemers in om ons te helpen bij het maaien. De eerste maaironde is globaal van april tot half juli, de tweede van half augustus tot november. Indien nodig kunnen we extra maaien of een maaibeurt uit te stellen.

Zorg voor de natuur

Bij het maaien houden we nadrukkelijk rekening met de flora en fauna. Volgens de Wet Natuurbescherming hebben we een zorgplicht voor planten en dieren. We maaien volgens het ecologisch werkprotocol watergangen. Dit werkprotocol is een uitwerking van de gedragscode Wet natuurbescherming 2019 van de Unie van Waterschappen. Daarmee voldoen we aan onze wettelijke zorgplicht en proberen we met het onderhoud een bijdrage te leveren aan onze waterdoelen op het gebied van gezond en natuurlijk water.

Afspraken rondom maaien van de A-watergangen:

  • We maaien niet meer dan nodig; zo voorkomen we onnodige schade aan flora en fauna.
  • Er wordt, indien beschikbaar, natuurvriendelijk materieel ingezet en/of sparende technieken toegepast.
  • Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur van wegen, paden en sporen om schade als gevolg van insporing te voorkomen;
  • Soms moeten we of onze aannemers over particuliere gronden rijden. Ben je eigenaar of pachter van deze gronden? Dan ben je verplicht om de onderhoudswerkzaamheden toe te staan.
  • Eigenaren van percelen die grenzen aan onze watergang zijn verplicht om het vrijkomende maaisel te ontvangen. Dit staat in artikel 5.23 van de Waterwet beschreven.
  • De aannemers zullen het werk zo zorgvuldig mogelijk uitvoeren. Mocht daarbij toch schade ontstaan, dan moet de aannemer dit direct bij je melden. Wordt de schade niet adequaat afgehandeld, dan kunt u dit melden.

maaikalender sloten en weteringen

Het gehele onderhoudsplan voor A-watergangen is hier te lezen.

Veelgestelde vragen over watergangen

Waarom maait het waterschap een sloot wel of juist niet?

We maaien zo vaak als dit nodig is om het peilbeheer goed mogelijk te maken en om aan de norm van water aan- en afvoer te voldoen.  Daarbij wordt rekening gehouden met de wet natuurbescherming. Dit betekent dat we zo veel mogelijk 25% van de onderwatervegetatie in het groeiseizoen (1 april - 1 oktober) sparen en dat we 50% van de vegetatie op het droge talud in het broedseizoen (15 maart - 15 juli) sparen. Daar waar dit niet mogelijk is zullen we maaisel direct inspecteren op beschermende soorten en direct terugzetten in de watergang. Onnodig vaak maaien geeft ook extra kosten en overlast voor de grondeigenaren bij wie we over de percelen moeten rijden.

Hoe vaak per jaar maait het waterschap sloten bij mijn percelen?

Als er veel ruimte is in het profiel van een sloot dan is éénmaal per jaar maaien meestal voldoende. De meeste waterlopen onderhouden we echter twee keer per jaar en soms nog vaker. Welk onderhoudspakket bij jou van toepassing is staat in de maaikaart (link). We kunnen afwijken van het geplande onderhoud als de (weers)omstandigheden (droogte of juist extreme regenval) daar aanleiding toe geeft.

Waarom heeft het waterschap een beschermingszone nodig?

De beschermingszones bij A-wateren zijn vooral bedoeld om onderhoud te kunnen uitvoeren aan de watergang, deze wateren toegankelijk te houden voor het uitvoeren van inspecties en ter voorkoming van instabiele oevers. De beschermingszones worden altijd aan beide zijden van een A-water in de legger opgenomen.

Aan welke zijde legt de aannemer het maaisel?

Vrijgekomen maaisel wordt, op grond van de Keur, buiten de insteek van de watergang op het naastgelegen perceel gedeponeerd. De eigenaar van gronden die in de (vier meter brede) beschermingszone liggen heeft hiervoor ontvangstplicht (artikel 5.23 lid 2 Waterwet). Het maaisel wordt hierbij, bij voorkeur, meer dan 1 meter buiten de insteek gedeponeerd. Bij aanwezigheid van afrasteringen en stroomdraden wordt het maaisel bij voorkeur over deze afrasteringen heen gedeponeerd. Het waterschap verdeelt het maaisel zo evenredig mogelijk. We proberen zoveel mogelijk de bestaande. De sloten die we varend onderhouden wordt het maaisel via het water afgevoerd en verwijderd. Het maaisel van natuurvriendelijke oevers wordt door het waterschap afgevoerd.

Kan het maaisel blijven liggen?

Vrijgekomen maaisel wordt buiten de insteek op naastliggend terrein gedeponeerd, op zodanige wijze dat water en de aanwezige dieren nog terug kunnen in de watergang. En het maaisel blijft bij voorkeur minimaal 48 uur liggen.

Het waterschap rijdt door de gewassen, wordt deze schade vergoed?

Bij het uitvoeren van het maaionderhoud moet vaak gewerkt worden vanaf agrarische percelen, waar vaak ook gewassen op staan. Uiteraard proberen we er zoveel mogelijk rekening mee te houden. Maar soms kan het maaionderhoud niet langer worden uitgesteld en moet er door de gewassen worden gereden. We moeten immers het algemeen belang voor ogen houden en niet alleen het individueel belang. Gewasschade als gevolg van maaionderhoud wordt vergoed volgens de landelijke regeling ‘vergoeding gewasschade’. Schade wordt vergoed conform de normen van de LTO-Gasunie.

Kan ik de planning van de maaiwerkzaamheden inzien? Uitgeklapt

Op de maaikaarten kunt u de grove planning zien. Aan de maaikalender kunnen echter geen rechten ontleend worden, vanwege groei- en weersomstandigheden.

Ik wil tijdens het maaien meerijden met de kar om het maaisel direct af te voeren. Hoe kan ik dit regelen en zijn hier kosten aan verbonden?

Afspraken hierover kunt u rechtstreeks met onze aannemer maken. De kosten voor het afvoeren van het maaisel zijn voor eigen rekening.

Wie onderhoudt wat?

De watergangen (sloten) in ons gebied zijn onderverdeeld in hoofdwatergangen (A-watergangen), wateren met een lokaal water aan- en afvoerfunctie (B-watergangen) en wateren met een bergende functie (C-watergangen)

Het waterschap onderhoudt ca 4.400 kilometer hoofdwatergangen (A). We maaien, baggeren en snoeien bomen en struiken die het onderhoud belemmeren.

Het onderhoud aan de A gedeeld onderhoud-, B- en C-watergangen is de verantwoordelijkheid voor de aanliggende grondeigenaren. Bent u eigenaar van grond waar een sloot doorheen loopt of aan grenst? Dan kan het zijn dat u deze sloot moet onderhouden. Als de grond aan de overzijde van de sloot van een andere eigenaar is, dan moet u allebei tot het midden van de sloot onderhoud plegen. U kunt daar samen afspraken over maken.

 

Wegbermen en wegsloten (Alblasserwaard en Vijfheerenlanden)

Het waterschap is in de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden wegbeheerder op alle wegen buiten de bebouwde kom, met uitzondering van de rijks- en provinciale wegen. Wegbermen worden twee keer per jaar gemaaid. Dit gebeurt tussen 1 juni en 15 juli en tussen 1 september en 15 oktober. Wegsloten worden tussen 15 september en 1 november gemaaid.

Op de wegbermen passen we al enkele jaren ecologisch beheer toe. Waterschap Rivierenland is partner in Prachtlint en Blauwzaam. Het leidt tot een toename van zeldzame soorten.

Heeft u gevonden wat u zocht?