De bevrijding van Nederland in 1944-1945 ging met horten en stoten; de grote rivieren vormden die winter de scheiding tussen bevrijd en bezet gebied. Het water als wapen liet sporen na in het huidige werkgebied van Waterschap Rivierenland.

In drie verhalen kijken we terug op de rol van het water bij Operatie Market Garden (september), bij de frontlinie langs Maas en Waal (november) en bij de inundaties (december). Nog altijd zijn de sporen van die strijd te vinden in het dagelijks werk van Waterschap Rivierenland.

  • Het schemert al, als in de late middag van 2 december 1944 ontploffingen te horen zijn. Duitse militairen blazen gaten in de rivierdijken: het water moet de geallieerden uit de Betuwe en de Ooijpolder houden.
  • Begin november 1944 belanden de bevrijders en bezetters van Nederland in een patstelling. De grote rivieren vormen onneembare waterlinies. Aan weerszijden van dit nieuwe front worden dorpen en steden geëvacueerd en zwaar getroffen door beschietingen.
  • Op 20 september 1944 veroveren de geallieerden de Waalbrug in Nijmegen. Felle gevechten vinden plaats op nog geen 200 meter van het Hollandsch-Duitsch Gemaal aan de Ooyse Bandijk. ‘Nijmegen bevrijd’, noteert de machinist. Maar ook: ‘granaat op het gemaal ontploft, alles onder puin’.